Hier is onze mening over denkende computers, opgesteld in reactie
op het volgende mailtje:
> Geachte (ex)leden van de AI-discussiegroep,
>
> vorige week kwam ik op jullie homepage toen ik op zoek was naar pagina's
> over denken en intelligentie. Ik ben een student Technische Wiskunde en ik
> schrijf voor ons faculteitsblad: het Machazine. In het Machazine
> publiceren wij steeds een stelling, waarop dan verschillende mensen een
> reactie geven. De stelling van deze keer is : Computers hebben de potentie
> om te denken. Omdat jullie je bezig houden (of hebben gehouden) met
> diverse aspecten van AI, hoopte ik dat een van jullie hier misschien een
> reactie op zou kunnen geven. Het leek me vooral leuk, omdat jullie uit
> diverse richtingen komen en ik zou blij zijn met een of meer reacties.
> Alvast bedankt.
> Met vriendelijke groet,
> Ionica Smeets
----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- -----
Korte versie
----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- -----
Computers hebben de potentie om te denken.
Om hier een zinnig antwoord op te kunnen geven, moet eerst vastgesteld
worden wat 'denken' betekent. Als we met denken bedoelen alle activiteiten
van de neuronen in ons lichaam, dan moeten we ook
aannemen dat zeer eenvoudige organismen met een zenuw-stelsel denken.
Een aardworm met een zeer rudimentair zenuwstelsel kan reageren om
zijn omgeving, maar zijn lerend vermogen en de mogelijkheid om te
voorspellen zijn zeer beperkt. Dit soort aardworm-gedrag is al te
simuleren met een computer, zoals bijvoorbeeld bij de Mars Pathfinder van
NASA. De vraag of computers het potentieel om te denken hebben, is dan
dus bevestigend beantwoord.
Het wordt veel interessanter als we 'menselijk' denken beschouwen. In
menselijk denken hebben we te maken met intelligentie, het leren van
ervaringen, inschatten van situaties, voorspellingen en gevoelens. Is
dit intelligente, menselijk denken essentieel anders dan het
aardworm-denken? Is er nog een essentieel ingredient nodig om dit
'hogere' denken te kunnen doen? Wanneer we aannemen dat dit menselijk
denken iets meer vereist, zoals een (zelf?) bewustzijn of een ziel,
verschuiven we het probleem naar de definitie van dit extra's. Ik
persoonlijk ben van mening dat denken de activiteit van zenuwcellen is
(en niets meer, zoals bijvoorbeeld een ziel) en dat de activiteit van
zenuwcellen in principe gesimuleerd kan worden op een computer.
Kan ik bewijzen dat denken enkel de activiteit van zenuwcellen is?
Nee. In ieder geval zijn zenuwcellen vereist om te denken. Als er
geen brein is, wordt er niet nagedacht en overlijdt het organisme (in
het algemeen:-). Maar naar mijn idee zijn zijn de neuronen niet
alleen nodig, maar zijn ze ook voldoende om te kunnen denken. In de
zenuwcellen, en met name in de structuur waarin de zenuwcellen
georganiseerd zijn, zit genoeg kracht om iets complex als een gedachte
te kunnen veroorzaken. Denken is dan ook niet een magische
verschijning, maar een gevolg van de complexe organisatie van de
zenuwcellen.
Kan dan de activiteit van neuronen worden gesimuleerd op een
computer? Computers kunnen worden gebruikt om algemene fysische
systemen te simuleren. Elke simulatie wordt echter begrensd door de
aannames en versimpelingen die gemaakt worden. In de benadering van
het brein is het waarschijnlijk helemaal niet nodig individuele
neuronen te simuleren. Er kunnen meer abstractere modules gedefinieerd
worden met dezelfde functionele eigenschappen. De organisatie van het
totale brein is nog amper bekend en het is niet te overzien welke
benaderingen gemaakt kunnen worden, zodat de simulatie wel uit te
voeren is maar toch alle voorwaarden voor 'denken' aanwezig zijn.
Misschien wordt de simulatie zo ingewikkeld en traag dat wij het al
geheel niet meer als denken kunnen herkennen. Ik vermoed dat we nog
enkele eeuwen moeten wachten voordat een computer denkt als een mens.
----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- -----
Langere versie:
----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- -----
Computers hebben de potentie om te denken.
Om hier een zinnig antwoord op te kunnen geven, moet eerst vastgesteld
worden wat 'denken' betekent. Bedoelen we met denken alle activiteiten
door de neuronen in ons lichaam? Als dat zo is, dan moeten we ook
aannemen dat zeer eenvoudige organismen met een zenuw-stelsel denken.
Een aardworm met een zeer rudimentair zenuwstelsel kan reageren om
zijn omgeving maar zijn lerend vermogen en de mogelijkheid om te
voorspellen zijn zeer beperkt. Dit soort aardworm-gedrag is al te
simuleren met een computer, zoals bijv. bij de Mars Pathfinder van
NASA. De vraag of computers het potentieel om te denken hebben, is dan
dus bevestigend beantwoord.
Het wordt veel interessanter als we 'menselijk' denken beschouwen. In
menselijk denken hebben we te maken met het leren van ervaringen,
inschatten van situaties, voorspellingen en gevoelens. Iets wat vaak
onder intelligentie wordt verstaan. Is dit intelligente, menselijk
denken essentieel anders dan het aardworm-denken? Is er nog een
essentieel ingredient nodig om dit 'hogere' denken te kunnen doen?
Als we aannemen dat menselijk denken alleen voorkomt bij organismen
met een (zelf?) bewustzijn of een ziel, verschuiven we het probleem
naar de definitie van (zelf-) bewustzijn of ziel. Wat
zelf-bewustzijn/ziel is, wie of wat een ziel heeft is echter weer
helemaal open. Dit lijkt op het doorschuiven van het probleem.
Als we voor de eenvoud aannemen dat menselijk denken de activiteit van
zenuwcellen is, zouden we deze activiteit kunnen modelleren en
simuleren met een computer. Wanneer deze simulatie voldoende
nauwkeurig is, zou het betekenen dat de computer dus ook denkt. Dan
zijn we terug op het aard-worm denken en in dat geval bevestigen we
dus de stelling. Hierbij negeren we dus de netelige kwestie van ziel
en bewustzijn.
Ik persoonlijk ben het eens met deze stelling, en daarvoor moet ik
(minimaal) de vorige twee stappen aannemen (en liefst aannemelijk
maken voor de lezer): 1. denken is de activiteit van zenuwcellen (en
niets meer, zoals bijvoorbeeld een ziel), 2. de activiteit van
zenuwcellen kan in principe gesimuleerd worden op een computer.
1. denken is de activiteit van zenuwcellen.
Kan ik dit bewijzen? Nee. Naar mijn idee zijn zenuwcellen, of een
brein, vereist om te kunnen denken. Als er geen brein is, wordt er
niet nagedacht en overlijdt het organisme (in het algemeen:-).
Bovendien zijn naar mijn idee de neuronen niet alleen nodig, maar zijn
ze ook voldoende om te kunnen denken. Voor het denken is geen extra
instantie als een ziel nodig. In de zenuwcellen en met name in de
structuur waarin de zenuwcellen georganiseerd zijn, zit genoeg kracht
om iets complex als een gedachte te kunnen veroorzaken. Denken is dan
ook niet een magische verschijning, maar een gevolg van de complexe
organisatie van de zenuwcellen.
2. de activiteit van neuronen kan worden gesimuleerd op een computer.
Computers kunnen worden gebruikt om algemene fysische systemen te
simuleren. Echter elke simulatie wordt begrensd door de aannames en
versimpelingen die gemaakt worden. In de benadering van het brein is
het waarschijnlijk helemaal niet nodig individuele neuronen te
simuleren en kunnen er meer abstractere modules gedefinieerd worden
met dezelfde functionele eigenschappen. Aangezien de organisatie van
het brein nog amper bekend zijn, is het definieren van de basis
modules en het simuleren van een menselijk brein nog vrijwel
onmogelijk. Het is niet te overzien welke benaderingen gemaakt kunnen
worden, zodanig dat de simulatie wel uit te voeren is maar toch alle
voorwaarden voor 'denken' aanwezig zijn. Misschien wordt de simulatie
zo ingewikkeld en traag dat wij het al geheel niet meer als denken
kunnen herkennen.
Stel dat er een computer simulatie gebouwd is waarvan de makers menen
dat het een voldoende complexiteit en kracht bezit om te denken. Hoe
kan men dan nagaan of de computer denkt of intelligent gedrag
vertoont? Een interessante oplossing (of in ieder geval poging) wordt
gegeven door de Turing test. Hierbij worden zowel een mens als de
computer simulatie ondervraagd, waarbij de ondervrager niet weet welke
van de twee de mens of de computer is. Door het stellen van de juiste
vragen moet de ondervrager proberen uit te vinden welke van de twee de
computer is. Wanneer de ondervrager niet in staat is de computer van
de mens te onderscheiden, heeft de computer de Turing test doorstaan.
In dat geval bezit de computer per definitie menselijke intelligentie
en kan het denken.
Kunnen we iets als denkende computers in de nabije toekomst verwachten
dan? Ik denk het niet. Hoewel ik aanneem dat er niets meer is dan een
organisatie van zenuwcellen (en stap 1 dus al genomen is), lijkt me
stap 2 vooralsnog een enorme stap. Waarschijnlijk hebben wij mensen
nog een paar eeuwen respijt (hoop ik).
----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- -----
Eerdere versie:
----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- ----- -----
Computers hebben de potentie om te denken.
Om hier een zinnig antwoord op te kunnen geven, moet eerst vastgesteld
worden wat 'denken' betekent. Bedoelen we met denken alle activiteiten
door de neuronen in ons lichaam? Als dat zo is, dan moeten we ook
aannemen dat zeer eenvoudige organismen met een zenuw-stelsel denken.
Een aardworm met een zeer rudimentair zenuwstelsel kan reageren om
zijn omgeving maar zijn lerend vermogen en de mogelijkheid om te
voorspellen zijn zeer beperkt. Dit soort aardworm-gedrag is al te
simuleren met een computer, zoals bijv. bij de Mars Pathfinder van
NASA. De vraag of computers het potentieel om te denken hebben, is dan
dus bevestigend beantwoord.
Het wordt veel interessanter als we 'menselijk' denken beschouwen. In
menselijk denken hebben we te maken met het leren van ervaringen,
inschatten van situaties, voorspellingen en gevoelens. Is dit
menselijk denken essentieel anders dan het aardworm-denken? Is er nog
een essentieel ingredient nodig om dit 'hogere' denken te kunnen doen?
Als we aannemen dat menselijk denken alleen voorkomt bij organismen met een
(zelf?) bewustzijn of een ziel, verschuiven we het probleem naar de
definitie van (zelf-) bewustzijn of ziel.
Wat zelf-bewustzijn/ziel is, wie of wat een ziel heeft is echter weer
helemaal open. Dit lijkt op het doorschuiven van het probleem.
Als we voor de eenvoud aannemen dat menselijk denken de activiteit van
zenuwcellen is, zouden we deze activiteit kunnen simuleren met een
computer. Wanneer deze simulatie voldoende nauwkeurig is, zou het
betekenen dat de computer dus ook denkt. Dan zijn we terug op het
aard-worm denken en in dat geval bevestigen we dus de stelling.
Hierbij negeren we dus de netelige kwestie van ziel en bewustzijn.
Ik persoonlijk ben het eens met deze stelling, en daarvoor moet ik
(minimaal) de vorige twee stappen aannemen (en liefst aannemelijk
maken voor de lezer): 1. denken is de activiteit van zenuwcellen (en
niets meer, zoals bijvoorbeeld een ziel), 2. de activiteit van
zenuwcellen kan in principe gesimuleerd worden op een computer.
1. denken is de activiteit van zenuwcellen
Kan ik dit bewijzen? Nee. Naar mijn idee zijn zenuwcellen, of een
brein, vereist om te kunnen denken. Als er geen brein is, wordt er
niet nagedacht en overlijdt het organisme (in het algemeen:-).
Bovendien zijn naar mijn idee de neuronen niet alleen nodig, maar zijn
ze ook voldoende om te kunnen denken. Voor het denken is geen extra
instantie als een ziel nodig. In de zenuwcellen en in de structuur
waarin de zenuwcellen georganiseerd zijn, zit genoeg kracht om iets
complex als een gedachte te kunnen veroorzaken. Denken is dan ook niet
een magische verschijning, maar een gevolg van de complexe organisatie
van de zenuwcelle
n.
2. de activiteit van neuronen kan worden gesimuleerd op een computer
Computers kunnen worden gebruikt om algemene fysische systemen te
simuleren. Echter elke simulatie wordt begrensd door de aannames en
versimpelingen die gemaakt worden. Het is duidelijk dat het brein een
erg ingewikkeld systeem is. Aangezien de organisatie van het brein
nog amper bekend zijn, is het simuleren van een menselijk brein nog
totaal onmogelijk. Het is niet te overzien welke benaderingen gemaakt
kunnen worden, zodanig dat de simulatie wel uit te voeren is maar toch
alle voorwaarden voor 'denken' aanwezig zijn. Misschien wordt de
simulatie zo ingewikkeld en traag dat wij het al geheel niet meer als
denken kunnen herkennen. Hoewel het in principe wel mogelijk moet
zijn, lijkt het in praktijk nog erg ver weg.
Kunnen we iets als denkende computers in de nabije toekomst verwachten
dan? Ik denk het niet. Hoewel ik aanneem dat er niets meer is dan een
organisatie van zenuwcellen (en stap 1 dus al genomen is), lijkt me
stap 2 vooralsnog een enorme stap. Waarschijnlijk hebben wij mensen
nog een paar eeuwen respijt (hoop ik).