<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<MyXpathSeFFeDeclaratie xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:functx="http://www.functx.com">
 "<p>: Voorzitter. Ik zeg de leden van de Kamer dank voor hun inbreng in de eerste termijn van dit debat. Na de inbreng van de Kamer, waarvoor dank, moet ik helaas constateren dat mijn eerste reactie van gisteren misverstanden heeft opgeroepen. Misverstanden over onze waardering voor het rapport van de commissie-Davids en vooral ook misverstanden over de status en de inhoud van mijn persverklaring als zodanig. Ik wil daarover, aanvullend op de brief die ik de Kamer op verzoek heb doen toekomen, een paar opmerkingen maken.</p>
   <p>Over het eerste punt kan ik kort zijn. Zoals ik gisteren een- en andermaal heb benadrukt, respecteert het kabinet het rapport zeer. Wij hebben grote waardering voor het werk van de commissie-Davids. Het is een gedegen rapport. Zoals de heer Davids benadrukte, is het een studie die in volledige onafhankelijkheid tot stand is gekomen. Het is ook een omvangrijk rapport met stevige conclusies die wij ons ter harte willen en moeten nemen.</p>
   <p>In het definitieve kabinetsstandpunt zal het kabinet uiteraard de lessons learned op een rijtje zetten. De komende tijd zal het kabinet het rapport grondig bestuderen en zoals ik de Kamer schriftelijk heb gemeld, willen wij het kabinetsstandpunt begin februari aan de Kamer sturen. Dan breekt ook het moment aan voor een inhoudelijk debat in deze Kamer, waarin wij in samenhang over alle onderdelen van het rapport kunnen debatteren, ook over de betekenis van dit rapport voor toekomstige beslissingen over oorlog en vrede.</p>
   <p>Dan de gebeurtenissen van gisteren. Voor de goede orde: mijn eerste reactie was afgestemd met beide vicepremiers en met de bewindslieden van Buitenlandse Zaken, Defensie en BZK. Ik heb daarin allereerst een punt willen adresseren dat in de politieke beoordeling van het rapport van wezenlijke betekenis is. Het is namelijk van groot belang om een zorgvuldig onderscheid aan te brengen tussen het oordeel van het kabinet in 2002 en 2003 en dat van het huidige kabinet. Dat is staatsrechtelijk een gecompliceerde kwestie, waarop het kabinetsstandpunt nader zal ingaan. Het is geen geheim dat partijen die nu deel uitmaken van de coalitie, destijds een verschillende mening waren toegedaan. De betekenis daarvan zal in het kabinetsstandpunt duidelijk worden gemarkeerd.</p>
   <p>Ja.</p>
   <p>Ik heb steeds geprobeerd aan te geven of het ging om het toenmalige kabinet of om het huidige kabinet. Die posities moeten duidelijk worden onderscheiden. Ik heb in ieder geval geprobeerd dat zo veel mogelijk te doen.</p>
   <p>Ik neem niets terug. Dat is één. Ik heb in de tekst die ik heb uitgesproken aangegeven dat wij een ander beeld hebben over de informatievoorziening aan het parlement dan het beeld dat door de commissie is geschetst. Dat is een algemene opmerking. Vervolgens ga ik in op een specifiek punt dat gisteren nogal sterk in de aandacht is geweest. Dat is hier gemeld. Ik zeg aan het eind van die passage dat wij op verschillende onderdelen in onze kabinetsreactie zullen terugkomen. Het is niet meer en het is niet minder.</p>
   <p>Ik heb de verklaring afgelegd na de afstemming met de leden van het kabinet en ik ben vervolgens ingegaan op vragen van journalisten. Natuurlijk spreekt een bewindspersoon altijd namens het kabinet. Ik heb ook geprobeerd om in de antwoorden die daarna volgden, aan te sluiten bij de gedane verklaring.</p>
   <p>U weet als oud-bewindspersoon heel goed dat een minister of staatssecretaris staatsrechtelijk altijd namens het kabinet spreekt. Dat is één. We hebben vanochtend natuurlijk ook besproken welk beeld is ontstaan na de persconferentie. Ik heb ook aangegeven dat ik graag in uw Kamer aanwezig ben om een aantal misverstanden recht te zetten, bijvoorbeeld over de status en inhoud van de persverklaring. Dit geldt ook voor de misverstanden die kennelijk zijn ontstaan over de waardering voor het rapport. Het is goed dat je daarover met elkaar spreekt, maar datgene wat ik heb gezegd, heb ik -- zoals ik al zei -- staatsrechtelijk ook namens het kabinet gezegd.</p>
   <p>Dit wordt een ingewikkelde kwestie, omdat …</p>
   <p>Ik zal uitleggen waarom. In de presentatie door de commissie werd gesproken over het onvolledig informeren van de Kamer. Dat is een belangrijke kwalificatie.</p>
   <p>In de verklaring heb ik er één onderdeel uitgelicht, dat ook in het nieuws kwam, namelijk wat er is gebeurd na de verzoeken van de Amerikanen.</p>
   <p>Ik ben in de verklaring niet ingegaan op de term "onvolledig". Ik heb gezegd dat we een ander beeld hebben van de informatievoorziening aan het parlement dan het beeld dat door de commissie is geschetst. Dat is wat hier staat. Vervolgens is in de vragen gesproken over het onvolledig informeren. Toen heb ik gezegd dat wij destijds, na het verzoek op 15 november, op 21 november en op 6 december de Kamer hebben geïnformeerd. Dat heb ik verteld. Voor het overige heb ik gezegd dat wij in de kabinetsreactie zullen terugkomen op de andere zaken.</p>
   <p>Nee, dat heb ik niet gezegd. Waar staat dat?</p>
   <p>Ik vind de methode van discussiëren van de heer Pechtold bevreemdend.</p>
   <p>Ik heb zojuist in de interrupties ook gemerkt dat u regelmatig dingen toevoegt die er niet in staan.</p>
   <p>Op het specifieke punt dat ik heb belicht in de verklaring, is teruggekomen bij de persconferentie. Toen heb ik mijn redenering gegeven: als je op deze manier de Kamer hebt geïnformeerd, kun je niet zeggen dat er onvolledig is geïnformeerd. Dat heeft dus alleen betrekking op dit specifieke punt. Ik heb mij nooit in algemene zin uitgelaten over de conclusies van de commissie over het onvolledig informeren.</p>
   <p>Voorzitter, staat u mij toe om nog één opmerking te maken, omdat er anders misverstanden ontstaan. Ik heb gezegd dat het samenhangt met de formele vereisten die gelden. Dus zeg ik dat op basis van wat is gezegd op 6 december over dat verdere contacten met de Amerikanen zullen plaatsvinden, je niet kunt zeggen dat de Kamer onvolledig is geïnformeerd. Het gaat dus om één specifiek punt waarover de Kamer is geïnformeerd. De heer Pechtold veralgemeniseert het nu en daarmee doet hij geen recht aan wat ik gisteren heb gezegd.</p>
   <p>De brief is niet een nieuw standpunt. Het is een brief op verzoek van de Kamer. Ik heb gisteren een verklaring afgelegd na afstemming met leden van het kabinet. In deze brief wordt voortgebouwd op wat gisteren aan de orde is geweest. Verder hebben we een aantal opmerkingen gemaakt over het leidend zijn van het rapport van de commissie-Davids en zijn we specifiek ingegaan op het thema van het volkenrechtelijk mandaat. Deze brief is ook geschreven om de waardering van het kabinet voor het rapport nog eens helder te maken. Dat is de status van deze brief.</p>
   <p>Nee.</p>
   <p>Dit is weer een voorbeeld van de misverstanden die ik eerder in het debat hoorde. Gisteren heb ik in het licht van het volkenrechtelijk mandaat gesproken over de positie van het toenmalig kabinet. Daarbij heb ik het gehad over de visie van de commissie-Davids en gezegd: daarop komen wij terug in de kabinetsreactie. Dat stond in mijn verklaring. In de brief bouw ik voort op het feit dat wij er in de kabinetsreactie op zouden terugkomen. In die kabinetsreactie zouden wij natuurlijk ook een visie moeten geven op de vraag hoe nu het denken is over het volkenrechtelijk mandaat. Datgene wat in de brief staat, vloeit dus voort uit wat is gezegd in mijn verklaring: wij zullen in de kabinetsreactie hierop terugkomen.</p>
   <p>Dan het "draaien"; mevrouw Kant zegt dat ik een ander standpunt inneem. Ik heb aangegeven dat destijds het kabinet een bepaalde positie had. De tijd staat niet stil, er zijn dingen gebeurd. Er is een coalitieakkoord gesloten waarin opnieuw is stilgestaan bij deze kwestie. In juni 2007 is een brief naar de Eerste Kamer gegaan waarin wij een nieuwe visie hebben gegeven op het volkenrechtelijk mandaat. Er is nu de commissie-Davids. Op basis van al die elementen hebben wij vandaag in de brief geschreven over het mandaat wat er staat. Dit hangt samen met het feit dat de tijd niet stilstaat. Er worden nieuwe wegingen gemaakt. Daarom is het goed om een scherp onderscheid te maken tussen enerzijds het oordeel van het kabinet destijds en anderzijds wat wij nu als kabinet, met nieuwe kennis en inzicht, als standpunt naar voren brengen.</p>
   <p>Deze opmerking heeft wat mij betreft te maken met het markeren hoe de positie was van het toenmalige kabinet. Laat ik het zo zeggen. Ik heb beoogd te zeggen dat er destijds, bij het toenmalige kabinet, een visie was die gekenmerkt werd door: een nieuwe resolutie is wenselijk, niet noodzakelijk. Het volkenrechtelijk mandaat is destijds beoordeeld door het toenmalige kabinet. Daarin is steeds consistentie betracht, en dat is door de jaren heen zo gebleven. Daarop slaat deze opmerking. Als ik daar spreek, heb ik het dus over wat het beeld was in 2002 en 2003, dat ook in alle debatten daarna steeds aan de orde is geweest. Mevrouw Kant vraagt of ik bedoel te zeggen dat ik daarmee de visie van de commissie-Davids even terzijde schuif. Als daarover onduidelijkheid bestaat, neem ik die heel graag weg, omdat ik heb aangegeven dat wij nadrukkelijk rekening willen houden -- daarop zullen wij naderhand ingaan -- met de commissie-Davids en wat men zegt over het volkenrechtelijk mandaat.</p>
   <p>Mevrouw Kant, geeft u mij het citaat aan waarin ik zeg dat de opvatting van de commissie-Davids een mening is.</p>
   <p>Nee, nee. U zegt tegen mij dat ik de visie van de commissie-Davids afdoe als een mening. Dan zeg ik tegen u: toont u mij eens aan waar ik dat heb gezegd.</p>
   <p>Nee. Ik heb steeds geprobeerd aan te geven dat er destijds een kabinet met een verantwoordelijkheid zat dat een standpunt heeft ingenomen dat heeft geleid tot kritiek. Natuurlijk ben ik mij bewust van het feit dat het huidige kabinet te maken heeft met andere ontwikkelingen. Wij hebben andere afspraken gemaakt op bepaalde onderdelen. Het volkenrechtelijk mandaat is anders beschreven. En wij hebben nu de commissie-Davids. Precies tegen die achtergrond zult u ook aantreffen dat wij ten aanzien van het volkenrechtelijk mandaat in onze brief een duiding hebben gegeven -- mevrouw Hamer is daarop ingegaan -- die juist recht doet aan verandering. Maar datgene wat je destijds naar voren hebt gebracht, mag ook genoemd worden. Het zou gek zijn als je voor die verantwoordelijkheid wegloopt.</p>
   <p>Als mevrouw Halsema mij citeert -- dat mag; dat past in het debat -- en als zij het heeft over de wijze waarop ik ben omgegaan met de coalitiegenoten, vind ik dat zij ook recht moet doen aan wat ik heb gezegd.</p>
   <p>Wat heb ik namelijk aangegeven in een drietal interviews? Ik heb aangegeven dat er destijds zeer verdeeld werd gedacht over de onderwerpen waar we het nu over hebben, over de oorlog in Irak, over de rol van de Amerikanen en over volkenrechtelijke aspecten. Ik heb keer op keer gezegd dat de Partij van de Arbeid in die jaren een heel andere opvatting had dan het toenmalige kabinet. Ik heb ook gezegd dat we nu samen in één coalitie zitten. Ik vind dat mevrouw Halsema dat ook moet citeren. Ik heb natuurlijk gesproken over mijn rol als premier in die dagen, maar heb het evenzeer gehad over onze coalitiepartner, die er toen heel anders over dacht.</p>
   <p>Die opmerkingen hadden te maken met mijn rol als premier in die tijd. Daarna hebben we de standpunten altijd verdedigd in deze Kamer.</p>
   <p>Na de brief die ik vandaag heb gestuurd, kan mevrouw Halsema, ook wat betreft het volkenrechtelijk mandaat, toch niet beweren dat het denken stilstaat? De premier heeft een verantwoordelijkheid in het kabinet. We hebben nu een kabinet met een andere samenstelling. Dit heeft geleid tot de brief die vandaag is geschreven. Dit kan niet nieuw zijn, want ook in het coalitieakkoord hebben we hierover afspraken gemaakt. Zo zal de Partij van de Arbeid zeggen: wij stonden vroeger aan een bepaalde kant in deze discussie en daar komen we nu op terug. Zo hebben degenen die destijds hun verantwoordelijkheid hebben gehad, ook hun rol gespeeld. Dit heeft geleid tot grote verdeeldheid. Dit was een moeilijke discussie. Daar ga ik niet aan voorbij. Ik heb het zojuist ook naar voren gebracht. Ik heb gezegd dat je ook lessen behoort te trekken en dat de politieke verhoudingen nu anders zijn. Dat is allemaal aan de orde geweest. Ik hecht eraan om ook hier nogmaals te zeggen dat we elkaar in de ogen moeten kunnen kijken, dat je je bewust moet zijn van de rol die destijds is gespeeld en dat er andere politieke verhoudingen waren. Dat is nu ook zo.</p>
   <p>Het is essentieel dat het rapport in het debat volledig de plaats krijgt die het verdient. Het is een gedegen rapport en een waardevol rapport. We zullen het debat hierover graag voeren, aan de hand van een kabinetsreactie.</p>
   <p>U zegt dat ik mij heb verdedigd zonder enige nuance. Ik heb aangegeven wat de rol van het kabinet toen was en wat mijn eigen rol is. Ik heb aangegeven dat er verdeeldheid van opvatting was en dat er op een gegeven moment ook nieuwe inzichten ontstaan. Dat is ook in de brief nog eens aangegeven. Ik ben mij er zeer bewust van dat mijn rol nu, met deze coalitie, anders is dan destijds. Dat past bij het systeem van coalitiekabinetten dat wij in Nederland kennen.</p>
   <p>Zo heb ik de opstelling van de minister van Financiën totaal niet begrepen. We hebben gisteravond en vandaag met elkaar contact gehad. Bijvoorbeeld over de status van de verklaring zit er geen millimeter licht tussen het standpunt van de minister van Financiën en dat van mijzelf.</p>
   <p>Punt een. Ik ben in de media ook de opmerking tegengekomen dat er een onderscheid is gemaakt tussen de verklaring en de persconferentie. Iedereen kan het ook nalezen. Punt twee. Ik heb mij bij de minister van Financiën uiteraard vergewist van de exacte status van de verklaring. Deze verklaring is na afstemming door mij afgelegd. Voor het overige hebben we een debat gehad, ook over de verschillende uitlatingen die zijn gedaan. Daar hoef ik verder niet op in te gaan. Het is absoluut waar dat het gisteravond een fors debat was. Het is goed om met elkaar de zaken onder ogen te zien. We hebben er vandaag over gesproken en dat heeft geleid tot de brief die wij de Kamer vanavond konden presenteren.</p>
   <p>Laten we gewoon eerlijk zijn. Ik heb goed geluisterd naar mevrouw Hamer, ook in het debat, die vertelde hoe zij de persconferentie heeft beleefd. Daar wil ik eerlijk in zijn. Uit haar verhaal kwam opmerkingen en kwalificaties naar voren dat zij de betekenis van het rapport had gemist. Het is goed om dat op je in te laten werken. Dat heeft gesprekken nodig. Die hebben we ook gehad. Dat heeft geleid tot de brief die er vandaag ligt. Natuurlijk begrijp ik zeer wel dat dit onderwerp altijd belast is geweest, ook in de Tweede Kamer. Er is altijd verschillend over gedacht. We hebben eindeloze debatten met elkaar gevoerd over de wenselijkheid van een onderzoek. Dan is het ook niet gek dat als een rapport er komt, dat ook gepaard gaat met debat. Laten we daar maar eerlijk over zijn en er niet te krampachtig over worden.</p>
   <p>Mijnheer Wilders, met alle respect, ik vind dat u de plank misslaat. Ik zal u uitleggen waarom. U zegt dat ik door de pomp ben gegaan. Ach, ik ken dit soort uitlatingen van u wel. Het gaat echter om heel iets anders. Als u uw zaken kent, weet u dat de huidige coalitie in het coalitieakkoord afspraken heeft gemaakt over het volkenrechtelijk mandaat. Als u uw zaken kent, weet u dat wij na intern debat een nota hebben geschreven aan de Eerste Kamer over dit onderwerp. Als wij nu bepaalde opmerkingen maken over volkenrechtelijk mandaat, zou u dat in relatie moeten zien tot datgene wat eerder naar voren is gebracht. Dat u dan deze kwalificaties gebruikt, mijnheer Wilders, zegt meer over u dan over mij. Dan kom ik te spreken over uw kwalificaties betreffende mevrouw Hamer. Zij is kritisch over wat ik heb gezegd. Ik neem daar gewoon kennis van. Ik zie sommige zaken anders, maar dat mag in een debat. U hebt het over een coalitiepartner. Het afgelopen jaar hebben we tamelijk veel gedaan op het gebied van omgaan met een crisis: hoe ga je om met een crisis, hoe ga je om met een moeilijk vraagstuk als de AOW, hoe ga je om met tal van andere kwesties. Dat is dit kabinetsbeleid. U vraagt om al te generieke oordelen en ik geloof niet dat die erg nuttig zijn.</p>
   <p>Ik lach niet.</p>
   <p>Mijnheer Wilders, ik vind dat uw plaat een beetje grijs begint te worden.</p>
   <p>Die kwalificaties hoor ik elke keer. Ik kom daar niet veel verder mee. Ik heb gezegd over mijn verklaring wat ik erover heb gezegd. U kunt best begrijpen dat ik het oneens ben met een aantal opmerkingen van mevrouw Hamer. Dat kan. We hebben ook een verschillende geschiedenis op dit onderwerp. Ik heb gehoord wat mevrouw Hamer heeft gezegd over mijn verklaring. Ik stel daar mijn verhaal tegenover. Ik heb ook gehoord wat mevrouw Hamer heeft gezegd over de brief die vandaag is uitgegaan. Op dat punt zitten we waarschijnlijk wat dichter bij elkaar. Dat heb ik ook gemerkt aan de uitlatingen van mevrouw Hamer. Zo pak je zakelijk zaken aan. Dat brengt ons meer bij elkaar dan uw kwalificatie. Op die manier kom je nooit ergens uit. Die laat alleen tot verdere verwijdering, grotere problemen en nog grotere onenigheid. Daar schieten we toch niets mee op? Laten we zaken aanpakken.</p>
   <p>Voorzitter. Ik heb heel wat punten inmiddels besproken. Ik ga concreter in op een aantal leden.</p>
   <p>De heer Pechtold heeft gesproken over de status van de verklaring. Ik ben daarop ingegaan. Die was gewoon namens het kabinet.</p>
   <p>Hij heeft terecht gevraagd of ook antwoord wordt gegeven op vragen uit de Eerste en Tweede Kamer. Dat is uiteraard het geval. Wanneer wij een reactie geven op het rapport van de commissie-Davids, hebben wij ons ook te vergewissen van alle vragen die zijn gesteld door deze en de Eerste Kamer.</p>
   <p>De heer Pechtold vraagt wat het betekent dat het rapport van de commissie-Davids leidend zal zijn. Het is een zwaarwegend advies. We zullen de conclusies en aanbevelingen nadrukkelijk wegen. Het heeft een zware status in datgene wat wij naar voren hebben te brengen. We zullen het rapport betrekken bij de lessons learned. We gaan daar in de kabinetsreactie nader op in.</p>
   <p>Er is gesproken over het adequaat volkenrechtelijk mandaat. "Adequaat" betekent dat het beter is dan het nu behoort te zijn. Als concreet voorbeeld heb ik de nota van 22 juni 2007 gegeven, waarin juist is ingegaan op dat volkenrechtelijk mandaat. Een verdere invulling kan tegemoet worden gezien in de kabinetsreactie.</p>
   <p>Ik moet hier even van zuchten, omdat ik eindeloos moet uitleggen dat de positie van het toenmalige kabinet te maken had met een visie op volkenrechtelijk mandaat waarin werd gesproken over de wenselijkheid van een extra resolutie. Toen is gesproken in termen van wenselijk, maar niet noodzakelijk. Die benadering is zeer vaak aan de orde geweest. Dat is één. Twee is dat dit kabinet over volkenrechtelijke aspecten met elkaar een nieuw inzicht heeft gekregen. Dat heeft geleid tot het stuk dat in juni 2007 naar de Eerste Kamer is gestuurd.</p>
   <p>In de brief maken we nu opmerkingen over de volkenrechtelijke aspecten. De heer Pechtold kent de formulering daarvan; ik zal de brief er even bijpakken. Daarin wordt gesproken in termen van een adequater volkenrechtelijk mandaat.</p>
   <p>De heer Pechtold citeert uit een brief. Daar staat mijn handtekening onder. Vervolgens vraagt hij: is dat wel zo? Het moet niet gekker worden.</p>
   <p>Voorzitter, dank u wel. In deze brief staat: "In het licht van deze ontwikkelingen en met de kennis van nu aanvaardt het kabinet dat voor een dergelijk optreden een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest". Dat is een andere positie dan de redenering die ik zo-even noemde en die gold in 2002/2003. Dat is niet zo verwonderlijk als je weet wat in het coalitieakkoord staat. Er zijn al opmerkingen gemaakt over dat mandaat. Er is een debat over gevoerd.</p>
   <p>Dat had te maken met de algemene discussie over het feit dat over het volkenrechtelijk mandaat altijd verschillende opvattingen naar voren zijn gekomen. Dat is hier zo geweest, dat is onder juristen zo geweest, we zien het in de politiek en we zien het internationaal. Waarom heb ik verwezen naar Van Walsum? Dat had misschien beter op een iets andere plaats gezegd kunnen worden; dat geef ik graag toe. Van Walsum deelt de visie dat er geen mandaat is, maar hij zegt wel dat er een verhouding bestaat -- ik heb het "weging" genoemd in mijn persconferentie -- tussen volkenrechtelijke aspecten aan de ene kant en internationaal-politieke omstandigheden aan de andere kant. Op dat punt maakt Van Walsum een opmerking. Dat is niet onbelangrijk, omdat dat punt ook destijds in de debatten in de Kamer, waaraan ik zelf heb meegedaan, naar voren is gekomen. Toen is hier gesproken over de verhouding tussen de politieke afweging die je hebt te maken en de juridische afweging. Ook op het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn daarover debatten geweest; die zullen we ongetwijfeld nog terugkrijgen. Het is een complexe discussie. Het gaat om de weging. Op dat punt heeft Van Walsum een andere opvatting dan de overige leden van de commissie.</p>
   <p>Laat ik hierover dit zeggen. Dit is een belangrijk punt. We zullen er straks over spreken als we een kabinetsreactie hebben. Ik begrijp heel goed wat de heer Pechtold zegt, maar ik heb in dit debat heel duidelijk aangegeven dat ik nooit ben weggelopen voor mijn verantwoordelijkheid van destijds. Er wordt ook gezegd dat je met de kennis van nu en in het licht van de ontwikkelingen kunt komen tot een andere visie. Dat kan. Dat is geen schande, want je hebt ook lessen te trekken uit wat zich heeft afgespeeld. Zo moeten deze zaken worden bekeken.</p>
   <p>Wij hebben in deze brief gezegd dat een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn. Zo is het precies geformuleerd.</p>
   <p>U moet het vraagstuk van dat mandaat in relatie zien tot het kabinetsstandpunt uit 2007. Daar is ook in de Eerste Kamer over gedebatteerd. Dat hing bijvoorbeeld samen met de vraag hoe je aankijkt tegen een extra resolutie. U weet dat in dat rapport uit die visie van het kabinet een ander verhaal klonk. Dat is ook logisch want wij hebben dat debat met elkaar gehad. Zo moeten de zaken worden bekeken. Dat is ook de achtergrond van de standpunten die nu in deze brief zijn neergelegd.</p>
   <p>Over deze vraag wil ik ook in het kabinet spreken. Daar zal ik dus later op ingaan. Ik zeg wel het volgende. Met de kennis die wij nu hebben, in het licht van de ontwikkelingen en tegen de achtergrond van een nieuwe visie van het kabinet op het volkenrechtelijk mandaat zou je in die tijd tot andere inzichten kunnen zijn gekomen. Dat is ook logisch. Ik wil alleen nadrukkelijk gezegd hebben dat ik altijd heb gestaan voor wat het kabinet destijds naar voren heeft gebracht. De tijd staat echter niet stil. Dat zullen wij met elkaar moeten delen als wij spreken over de kabinetsreactie op het rapport als zodanig. Dan zullen wij ook hier verder in detail op in kunnen gaan. Dan en in de kabinetsreactie zal ik nader ingaan op de verdere invulling van een adequater volkenrechtelijk mandaat.</p>
   <p>Als ik heb gesproken over de bekende aanduiding dat "een nieuwe resolutie wenselijk is, maar niet noodzakelijk" is dat de visie die destijds door de regering is betrokken. Daar heb ik zelf altijd achter gestaan; dat weet u. Nu zegt het kabinet, dus ook ik, in het licht van deze brief -- maar dat kan geen verwondering wekken, mede gelet op onze eerdere standpunten -- dat in het licht van de ontwikkelingen en de kennis van nu voor een dergelijk optreden een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest. Met andere woorden: als je terugkijkt met de kennis die wij nu hebben, kun je komen tot andere oordelen. Dat is wat hier feitelijk omschreven is.</p>
   <p>Ik heb steeds aangegeven dat juist de nota van het kabinet een antwoord wilde bieden op die discussie die wij met elkaar hebben gehad, ook in de kabinetsformatie, over de vraag hoe je aankijkt tegen een volkenrechtelijk mandaat.</p>
   <p>Ik zou destijds hetzelfde hebben gedaan als ik niet meer had geweten en de opvatting had die ik toen had. Daar sta ik gewoon voor. Als je met de inzichten van nu terug zou kijken, denk ik dat je het anders zou hebben gedaan.</p>
   <p>Dat kunt u niet van mij vragen. Ik ben heel scherp geweest in de verantwoordelijkheid van het kabinet: toen de nieuwe inzichten, nu de commissie-Davids en hoe wij als kabinet lessen willen trekken. Daarom is het zo geformuleerd.</p>
   <p>Ik heb zo-even al aangegeven dat in de reflectie op wat toen is gebeurd je natuurlijk tot zelfkritiek kunt komen. Dat zit ook in dit stuk. Wij zullen er uiteraard met elkaar over debatteren.</p>
   <p>Kunnen hebben doen.</p>
   <p>Ik heb gesproken over de discussie die wij in het kabinet hebben gehad. Ik ben ingegaan op deze brief. Dit wordt een herhaling van zetten.</p>
   <p>Al heel veel van de opmerkingen zijn aan de orde geweest in de discussie. Het is misschien goed om nog in te gaan op de verhouding tussen de verklaring en de brief, waarover mevrouw Halsema heeft gesproken. Ik heb aangegeven dat de verklaring was zoals die is gegeven. De brief is geschreven op uw verzoek. Ik heb aangegeven dat ik de brief heb willen gebruiken om een aantal zaken in een ander perspectief te kunnen plaatsen. Ik ben daarop ingegaan.</p>
   <p>Ik loop mijn hele lijst even door. Ik denk dat de belangrijkste punten aan de orde zijn geweest. Het is misschien goed om te kijken of er nog vragen zijn.</p>
   <p>De verklaring is afgelegd na afstemming met het kabinet. Je kunt er ongelukkig mee zijn, je kunt ongelukkig zijn met de duiding, maar die verklaring is er gewoon.</p>
   <p>Het is wel goed om in het licht van de discussie ook te kijken of er nu beelden zijn ontstaan van het diskwalificeren van het rapport van de commissie-Davids. Ik hecht eraan hier iets over te zeggen. Ik heb bij de persconferentie meegemaakt dat, toen ik een paar opmerkingen maakte, er gelijk werd gezegd: u schopt het hele rapport onderuit. Dat wilde ik zo niet gezegd hebben en ik heb er ook afstand van genomen. Het maken van enkele opmerkingen is heel wat anders dan een rapport diskwalificeren. Daarom ben ik blij dat wij nu aan de hand van de brief in dit debat kunnen aangeven hoe het algemene oordeel over het rapport, de waardering ervan, is. Het is goed dat wij dat hier kunnen markeren. Dat is de reden waarom er een verband bestaat tussen de verklaring en de brief.</p>
   <p>Wij zullen het rapport als leidend beschouwen en wij zullen opmerkingen maken als daar aanleiding toe is. Het lijkt mij niet goed om verder in te gaan op de inhoud van het rapport. Dat is ook niet het karakter van het debat. Het karakter van het debat was dat wij het zouden hebben over de verklaring die ik heb afgelegd en de discussie die daarna is ontstaan.</p>
   <p>: Voorzitter. De leden van de Kamer hebben in tweede termijn nog een reflectie gegeven op het debat dat wij vanavond en vannacht hebben gevoerd. Gelet op mijn uitgebreide beantwoording in eerste termijn hoef ik daar nu niet nader op in te gaan.</p>
   <p>Resteert de motie van de heer Pechtold. Deze motie staat eigenlijk haaks op het betoog dat ik vandaag eerder heb gehouden. Daarom ontraad ik de motie.</p>
   <p>Ik heb gewoon aangegeven: wat ik heb gezegd over de verklaring, dat staat natuurlijk. Ik heb dat gedaan namens het kabinet. Ik heb aangegeven hoe ik tegen een en ander aankijk. Als de heer Pechtold een motie indient waarin wordt gezegd dat de verklaring moet worden ingetrokken, dan staat die haaks op mijn betoog. Dan is er ook alle reden om te zeggen dat ik de motie ontraad.</p>
   <p>Ik heb niets toe te voegen aan datgene wat ik hierover heb gezegd. Ik spreek namens het kabinet.</p>
   <p>Ik ben ingegaan op datgene wat ik in eerste termijn naar voren heb gebracht. Ik ben ingegaan op de inhoud van de motie. Aan al hetgeen ik de afgelopen uren naar voren heb gebracht rondom de standpuntbepaling van het kabinet, heb ik niets toe te voegen. Wat op een gegeven moment fracties hierover zeggen, is de verantwoordelijkheid van het parlement. Ik word hier aangesproken vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het kabinet.</p>
   <p>Ja, wat doe ik hier eigenlijk?</p>
   <p>En het is al kwart voor drie.</p>
   <p>Ik bemoei mij even niet met de interne discussies in de Kamer. Ik heb een verklaring afgelegd namens het kabinet. In die verklaring zaten waarderende opmerkingen voor de commissie. Ik heb er een aantal kanttekeningen bij geplaatst en wij hebben een brief gestuurd op basis van het verzoek van de Kamer. Er kan hier niet worden gezegd dat de verklaring moet worden ingetrokken. Dat kan niet: het één komt na het ander. Ik praat namens het kabinet. Ik heb gezegd dat wij de motie ontraden.</p>
   <p>Mevrouw Hamer gaat over haar woorden en ik geef een oordeel over een motie. Wij moeten de zaken niet ingewikkelder maken dan ze zijn.</p>
   <p>Daarmee ben ik gekomen aan het eind van mijn betoog. Mag ik u allen namens het kabinet een goede nacht toewensen?</p>" 
</MyXpathSeFFeDeclaratie>
