|
DEN HAAG
Het wordt natter in
Nederland. Die bewering durft dr.ir. J. van Boxel wel te doen nadat hij
zesduizend getallen over de neerslag in Nederland tussen 1904 en 1999 heeft
geanalyseerd. De docent klimatologie aan de Universiteit van Amsterdam
constateert dat er tegenwoordig meer regen valt dan aan het begin van de
eeuw (87 mm). 1998 Was de absolute topper met 1071 millimeter neerslag.
Zelfs bij het KNMI is men
aangenaam verrast over de heldere manier waarop Van Boxel zijn
bevindingen heeft weergegeven in het kwartaalblad voor meteorologen,
Meteorologica. 'Van Boxel heeft gedegen werk geleverd. De
geloofwaardigheid wordt groter omdat de cijfers over een eeuw zijn
genomen', zegt drs. A. Klein Tank van het KNMI.
Hoe belangrijk zo'n langere
tijdreeks is, blijkt wel uit de afgelopen drie jaar. 1998 Was het natste
jaar van de eeuw, maar de twee daaraan voorafgaande jaren waren relatief
droog. Een periode van tien jaar is dan ook te kort voor het vaststellen
van een trend.
Op kaarten van Nederland laat
Van Boxel heel duidelijk zien dat er halverwege de eeuw een
opvallende scheiding is. Tussen 1921 en 1950 valt in 78 procent van
Nederland minder dan 750 mm neerslag. Vanaf 1971 tot en met 1998 is dit nog
maar in 11 procent van Nederland het geval.
Er is dan weliswaar meer
neerslag waargenomen, stelt Van Boxel, maar is er ook meer neerslag
gevallen? De waarnemingsmethoden zijn de afgelopen eeuw namelijk veranderd.
Vóór 1950 stonden de regenmeters op een hoogte van anderhalve meter, daarna
werden ze 40 centimeter boven de grond geplaatst. Boven de regenmeter waait
de wind omhoog. Wind die opwaait, neemt kleine druppels mee omhoog. Daarom
wordt van een windfout gesproken. Wind heeft een negatief effect op de
efficiëntie van een regenmeter, en aangezien het dichter bij de grond
minder hard waait, wordt aangenomen dat de windfout voor een regenmeter op
40 cm hoogte geringer is. Volgens Van Boxel verklaart dat hooguit 2
procent van de hogere neerslag, terwijl er sprake is van 10 procent meer
regen na de jaren vijftig.
Ook de toenemende
verstedelijking in Nederland kan tot meer buien leiden. Steden zijn 1 tot 2
graden warmer dan het platteland, en als het vriest en weinig waait kan dat
oplopen tot 5 graden Celsius. De warme lucht stijgt en dat vormt net het
zetje dat de neerslag nodig heeft.
Een andere mogelijke oorzaak
is de drooglegging van polders in de vroegere Zuiderzee. Daardoor ontstaat
meer reliëf en zijn de temperatuurverschillen groter dan vroeger.
In heel Europa, althans op de
gordel van 40 tot 60 graden noorderbreedte waarbinnen ook Nederland ligt,
wordt echter meer neerslag gemeten. Daarom moeten ook andere factoren een
rol spelen. Van Boxel ziet als mogelijke oorzaak het versterkte
broeikaseffect als gevolg van de verhoogde uitstoot van kooldioxide.
Modelberekeningen geven aan
dat er medio volgende eeuw 90 mm meer neerslag valt als de
kooldioxideconcentratie verdubbelt. Het broeikaseffect zou dus tot meer
neerslag kunnen leiden in de komende eeuw.
Neerslag is de belangrijkste
klimaatfactor, belangrijker dan de temperatuur. De afgelopen jaren is er
veel wateroverlast geweest door de grote hoeveelheid water die de Rijn en
Maas afvoerden. 'Overstromingen zijn niet alleen een gevolg van veranderd
rivierbeheer, maar worden ook domweg veroorzaakt door meer regenval. En in
de voorbije winter met veel neerslag moesten zelfs polders worden
uitgepompt. Dat kan de komende decennia vaker nodig zijn als de trend doorzet.'
Van Boxel twijfelt
daar niet aan. 'Ik veronderstel dat we ook de komende eeuw met meer
neerslag te maken krijgen.' Met die kennis kunnen boeren hun voordeel doen.
'Misschien moeten ze overstappen op gewassen die beter verdampen, of
bijvoorbeeld uien veredelen waardoor ze niet wegrotten als ze twee weken in
het water liggen. Boeren kunnen ook hun toevlucht zoeken tot betere
drainagesystemen om het water snel van het land te krijgen.' 
|