|
AMSTERDAM
Nederland is in deze eeuw
natter geworden. Sinds 1904 is de jaarlijkse neerslag in ons land langzaam
maar zeker gestegen tot een gemiddelde van bijna 800 millimeter. Aan het
begin van deze eeuw was dat ongeveer 710 millimeter. De reden van de
stijging is onduidelijk, zodat het het niet te voorspellen is of die verder
zal doorzetten.
Dat concluderen de
meteorologen John van Boxel en Erik Cammeraat van de Universiteit
van Amsterdam na de bestudering van neerslagcijfers die in vijf
weerstations, verspreid over het hele land, zijn verzameld. Hun onderzoek,
gepubliceerd in de jongste aflevering van het weerkundigentijdschrijft
Meteorologica, is het eerste in Nederland waar de cijfers van een volledige
eeuw in zijn geanalyseerd. Om uitspraken te doen over de vraag of het
klimaat verandert, zijn lange tijdreeksen nodig. Een enkel jaar met veel
nattigheid zegt niets over een trend: vorig jaar bij voorbeeld was het
natste jaar van de eeuw, maar 1996 en 1997 waren juist relatief droog.
In de jaren tot 1950,
ontdekten de onderzoekers, kregen de droogste gebieden van Nederland soms
minder dan 650 millimeter neerslag per jaar te verwerken - onder meer in Zeeland,
Noord-Limburg en rond de oevers van het IJsselmeer. Maar na 1970 kwam in
elke regio jaarlijks ten minste 700 millimeter in de vorm van regen, sneeuw
of hagel terecht. In de natste gebieden, zoals de Veluwe, het zuidoosten
van Limburg en in Noord-Drente, liep het jaarlijks gemiddelde na 1961 zelfs
op tot rond de 900 millimeter.
De verschillen per gebied
kunnen met andere woorden erg groot zijn. Hun conclusies, geven de
onderzoekers zelf aan, zijn dan ook mogelijk niet voor de volle honderd
procent betrouwbaar - vijf weerstations kunnen de grilligheden van de
neerslag onmogelijk precies in kaart brengen.
Daarom keken ze ook naar
cijfers uit het buitenland. De meeste weerstations in het gebied tussen
veertig en zestig graden noorderbreedte, waar ook Nederland in valt,
registreerden vergelijkbare gegevens. Dat maakt, rekenden Van Boxel
en Cammeraat uit, dat de kans dat hun conclusies fout zijn, kleiner is dan
één op twintig.
Een duidelijke verklaring
voor het nattere weer hebben ze niet. De verstedelijking speelt mogelijk
een rol: in steden is het vaak een paar graden warmer, zowel in de zomer
als in de winter. Warme lucht stijgt op, koelt af in de atmosfeer en vormt
daar regenwolken. Meer stedelijk gebied kan daarom voor meer neerslag
zorgen, aldus de auteurs.
Of het broeikaseffect iets
met de stijging heeft te maken, kunnen de twee evenmin met zekerheid
vaststellen. ''Alle gegevens wijzen er op dat Nederland natter is geworden.
Maar of die trend zich doorzet kunnen wij niet zeggen. Daarvoor moet de
oorzaak van de neerslagtoename bekend worden,'' aldus de
auteurs. 
|