Een Boolese circuit bestaat uit een aantal ingangspoorten, een uitgangspoorten, en
een aantal doorgangs- of logische poorten. Elke ingangspoort heeft een
uitgang en de uitgangspoort heeft een ingang. De logische poorten bestaan
uit or, and en not-poorten. Elke logische poort heeft
tenminste een uitgang. Elke not-poort heeft een ingang, en de
and- en or-poorten hebbe allen twee ingangen.
De ingangspoorten kunnen nu wel of geen spanning hebben. De
and-poorten geven stroom door indien beide ingangen spanning
hebben, de or-poorten geven stroom door indien op zijn minst een van
de ingangen spanning hebben. De not-poorten geven stroom als hun
ingang geen spanning heeft. Als dat wel het geval is, dan blokkeert zo'n
poort de stroom.