
Index
Morbide verhalen
Iedereen heeft wel eens verhalen over kannibalisme gehoord. Over inboorlingen die mensen boven een vuurtje roosteren of in grote ketels met water koken, om ze daarna op te peuzelen. Over de azteken die speciale offertempels hadden voor het ritueel doden van gevangenen of mensen uit het eigen dorp. De lichamen werden vervolgens gebruikt als voedsel voor de dorpelingen.

Kannibalisme wordt in onze cultuur meestal gezien als een zeer uitzonderlijke vorm van gedrag en blijft, gelukkig, grotendeels beperkt tot wilde en ietwat morbide verhalen. Tenminste, zo lang we over mensen praten. Maar ook bij dieren komt kannibalisme voor en daar blijkt het helemaal niet om een zeldzaam verschijnsel te gaan. Deze tekst gaat over kannibalistisch gedrag in groepen dieren. Als definitie van kannibalisme kan gegeven worden: het doden en geheel of gedeeltelijk opeten van een soortgenoot. Kannibalisme komt onder andere voor bij: lagere eukarioten, spinnen, insecten, weekdieren, vissen, amfibiën, vogels, knaagdieren en hogere primaten (bijvoorbeeld chimpansees).
vraag 1: Welke voorbeelden van kannibalisme bij dieren ken je al (voor het lezen van deze tekst) ?
vraag 2: Vallen aaseters onder de definitie van kannibalisme?
naar index
Hoge sterfte
De volgende sterftepercentages als gevolg van kannibalisme zijn waargenomen:
- Meer dan 80% van alle garnalen en 30-75% van libellelarven werd in 8 dagen opgegeten.
- Meer dan 50% van ruggezwemmer jongen en 80-90% van jonge baarsjes ging er in 11-14 dagen aan.
- Meer dan 90% van kraaie-kuikens en eieren werd door volwassen soortgenoten verorberd.
Vaak kan in betrekkelijk korte tijd een groot deel van een populatie (een populatie is een groep dieren van dezelfde soort in een bepaald gebied) door kannibalisme worden opgegeten. Kannibalisme kan zorgen voor eliminatie van hele leeftijdsgroepen. Vooral kwetsbare dieren, de eieren of de pasgeborenen, zijn hierbij de dupe.
Ook als het aandeel van soortgenoten relatief klein is in het voedseldieet, kan kannibalisme een populatie toch hevig doen slinken. Bij snoekbaarsen is bijvoorbeeld 88% sterfte onder jonge snoekbaarsjes waargenomen, de schatting is dat minder dan 3% kannibalisme in het dieet van de volwassenen meer dan voldoende is om deze hoge sterfte te verklaren.
vraag 3: Wat voor effect voor de populatie kan het wegvallen van jonge leeftijdsgroepen op de lange termijn hebben?
naar index
Kannibalen en prooien: asymmetrisch
Kannibalisme is vaak een asymmetrische verhouding tussen kannibaal en prooi: Meestal zijn oudere en/of grotere individuen meer kannibalistisch, en zijn de slachtoffers vaker kleinere en/of jongere soortgenoten. Kannibalisme bij volwassen dieren onderling is vrij zeldzaam. Kannibalisme tussen jongen dieren komt wel veelvuldig voor, verschillen in grootte tussen individuen hebben hier een positieve invloed op.
Het kan voorkomen dat grotere individuen aangevallen worden door een groep kleinere soortgenoten, dit zogeheten 'groep kannibalisme' treedt op bij ruggezwemmers, sociale insecten (zoals bijen, wespen en mieren) en sociale carnivoren (hyena's en leeuwen).
Bij praktisch alle eierleggende diersoorten komt oöphagie (het opeten van eieren) voor door soortgenoten. Eieren zijn zeer voedselrijk en tevens weerloos, tenzij ze door ouders bewaakt worden.

vraag 4: Waarom zou kannibalisme tussen volwassen dieren onderling vrij zeldzaam zijn?
naar index
Waardoor wordt kannibalisme beïnvloed?
Kannibalisme komt veelvuldiger voor als de kwaliteit van het voedsel laag is (weinig eiwitten, vitaminen of mineralen) of als er weinig voedsel beschikbaar is. Tijdens een periode van voedseltekort, wanneer er bijvoorbeeld weinig alternatieve prooien zijn, neemt kannibalisme toe. Dit is aangetoond bij rovende insecten, vogels, knaagdieren en varkens. Bij voedselschaarste zullen dieren, door honger, harder op zoek gaan naar voedsel en de drempel om andere dieren aan te vallen zal lager worden. Individuen die geen voedsel te pakken kunnen krijgen zullen na een tijd verzwakt en dus kwetsbaarder voor kannibalisme worden.
Kannibalisme is ook afhankelijk van de dichtheid in een populatie. Hiervoor zijn twee redenen te bedenken. Ten eerste wordt de ontmoetingskans tussen kannibalen en prooien groter bij een hogere dichtheid. Ten tweede worden bij veel diersoorten de individuen intolerant ten opzichte van elkaar als ze te dicht bij elkaar (binnen een bepaald territorium of onderlinge afstand) zitten.
Er zijn gegevens die er op wijzen dat kannibalisme in veel soorten erfelijk bepaald wordt. Afstammingslijnen met verschillende kannibalistische neigingen zijn waargenomen bij knaagdieren, meeltorren, mijten, kalkoenen, muizen en konijnen. Natuurlijk hebben lang niet alle vormen van kannibalisme een directe genetische oorsprong. Kannibalisme kan ook als gevolg van stress, vooral in onnatuurlijke omstandigheden, of als bijprodukt bij het normale voedingspatroon optreden.

vraag 5: Hoe zijn voedselbronnen en populatiedichtheid met elkaar verbonden? Wat voor invloed op kannibalisme hebben ze?
naar index
Kannibalistische morfen
In sommige soorten zijn de kannibalen duidelijk qua uiterlijk te onderscheiden van de niet-kannibalen. Dit noemen we 'kannibalistische morfen' (morfe-verschijningsvorm). Bij slijmzwammen worden bijvoorbeeld 'giant cells' aangetroffen, die veel groter zijn dan de overige slijmzwammen. Ook bij kikkervisjes en tijgersalamanders komen kannibalistische morfen voor, de kannibalen onderscheiden zich hier door een vergroot hoofd met een wijdere mond en verlengde tanden. Bij vogels kunnen kannibalen duidelijk door hun gedrag te onderscheiden zijn. In bijv. meeuwenkolonies is waargenomen dat een paar individuen, die veel aggressiever en feller dan de rest waren, het grootste deel van de kannibalistische aanvallen voor hun rekening namen.

vraag 6: Wat zijn kannibalistische morfen?
naar index
Loont het om kannibaal te zijn?
De voedingswaarde van een kannibalistisch maal is een voordeel dat direct in het oogspringt. Een soortgenoot bevat veel eiwitten. Door het opeten ervan vergroot de kannibaal zijn kans op overleving en daardoor ook op reproductief succes. Het opeten van soortgenoten heeft ook als voordeel dat het een snellere ontwikkeling tot gevolg heeft, als de kannibaal nog jong is. Door sneller te groeien wordt de kans om door een roofdier te worden opgegeten verlaagd. Een ander voordeel is dat het opeten van een soortgenoot exclusief recht geeft op resources (territorium/eten/partners) van de prooi. Dit is een competitief voordeel: door soortgenoten op te eten, wordt het reproductief succes van jezelf verhoogd en dat van mogelijke concurrenten verlaagd.
Er zijn een aantal duidelijke nadelen aan kannibalisme verbonden. Het aanvallen van een soortgenoot brengt het risico met zich mee om zelf slachtoffer te worden. Daarnaast is het zo dat je door het opeten van andere individuen kans hebt om parasieten of ziektes op te lopen. Het laatste nadeel is dat het opeten van een naaste verwant indirect voor een verlies van het eigen genetische materiaal zorgt. De slachtoffers hebben namelijk deels (de helft bij een broer, zus of kind) dezelfde genen, die dan verloren gaan als ze opgegeten worden.
vraag 7: Waarom is het niet waarschijnlijk dat de nadelen van kannibalistisch gedrag groter zijn dan de voordelen? (denk aan natuurlijke selectie)
naar index
Kannibalisme bij broers en zussen
Wanneer individuen uit één broedsel, dus broers en/of zussen, elkaar opeten, kan dit eigenlijk een slimme truc van de ouders zijn (ontstaan in de evolutie). Als de kinderen in het broedsel elkaar tot voedsel kunnen dienen, dan hoeft er minder reservevoedsel te worden meegegeven. Het is voor ouders een moeilijke opgave om het aantal jongen in een broedsel optimaal aan te passen aan de heersende voedselomstandigheden. Indien er weinig voedsel is heeft het geen zin om veel nakomelingen te produceren, dat is verspilde energie. Natuurlijke selectie zal daarom het opeten van een 'teveel' aan jongen begunstigen. (het kan soms ook zo zijn dat ouders hun jongen om dezelfde reden opeten). Zo hebben de overige jongen een grotere kans op overleving, en meestal vallen de kleine en zwakke individuen in het broedsel op deze manier af.
vraag 8: Waarom is het niet altijd zinvol om het aantal nakomelingen in een broedsel maximaal te laten zijn?
naar index
De 'reddingsboot' strategie
Kannibalisme kan de dichtheid van een populatie binnen de perken houden, zodat de draagkracht van de omgeving (carrying capacity) niet wordt overschreden. Als de dichtheid te hoog wordt, kan het gebeuren dat een populatie door overexploitatie uiteindelijk uitsterft.
In omgevingen waar de beschikbaarheid van voedsel zeer wisselvallig is, kan kannibalisme een populatie tegen uithongering behoeden. Door elkaar op te eten kunnen de dieren overleven onder omstandigheden waar ze ander het loodje hadden moeten leggen. Kannibalisme werkt zo als een 'reddingsboot-strategie' en kan een populatie op de lange termijn helpen voortbestaan. In experimenten bij sociale insecten, schapevleesvliegen en mijten, bleek dat dieren in kannibalistische populaties perioden van voedseltekort konden overleven door elkaar op te eten, terwijl niet-kannibalsitische populaties de hongerdood stierven.

vraag 9: Leg uit hoe de reddingsboot-strategie een populatie tot voordeel kan zijn.
(extra)vraag 10: Denk je dat voordelen van kannibalisme voor een populatie een rol kunnen spelen in het onstaan van kannibalistisch gedrag in de loop van de evolutie?
naar index
Tekst van Matthijs Vlaar
Docentenhandleiding
Beste docent,
Zoals je kunt lezen gaat deze tekst over kannibalisme bij dieren. In het bijzonder over de ecologische achtergronden van dit verschijnsel. De tekst is vooral geschikt voor leerlingen uit de vijfde of zesde klas. Er wordt vanuit gegaan dat er bij de leerlingen begrip aanwezig is over de volgende zaken:
Evolutie: natuurlijke selectie, reproductief succes (fitness), adaptief gedrag
Ecologie: populatieprocessen, zoals sterfte en geboorte, populatiedichtheid, resources: voedsel/ruimte
Naar aanleiding van de tekst kan er in de les een discussie gehouden worden, bijvoorbeeld over:
Hieronder volgen antwoorden op de vragen in de tekst. Daarna staan vragen die twee weken na het behandelen van de tekst gemaakt kunnen worden, om te zien wat de leerlingen er dan nog van weten. Tenslotte volgen nog enkele referenties, voor als je meer wilt weten over het onderwerp. Veel succes en plezier met de les!
Antwoorden op de vragen in de tekst:
naar index
Vragen voor na twee weken:
vraag 1: Wat is kannibalisme ?
vraag 2: Zijn jonge dieren even vaak het slachtoffer van kannibalisme als oudere dieren? Kun je dit verklaren?
vraag 3: Door welke twee factoren kan kannibalisme in een populatie toenemen?
vraag 4: Wat zijn kannibalistische morfen? Weet je hiervan nog een voorbeeld te noemen?
vraag 5: Als jongen in een broedsel (dus broers/zussen) elkaar opeten, kan dit gezien worden als een 'slimme truc' van de ouders Kun je dit uitleggen?
vraag 6: Hoe kan het 'reddingsboot mechanisme' een kannibalistische populatie tot voordeel zijn?
Referenties:
- Elgar, M.A. & Crespi, B.J. (1992). Cannibalism: Ecology and evolution among diverse taxa. Oxford University Press.
- Fox, L.R. (1975). Canibalism in natural populations. Annual Review of Ecology and Systematics, 6:87-106.
- Polis, G.A. (1981). The evolution and dynamics of intraspecific predation. Annual Review of Ecology and Systematics, 12: 225-251.
- Smith, C. & Reay, P. (1991). Cannibalism in teleost fish. Reviews in Fish Biology and Fisheries, 1: 41-64.
naar index