ALLERGIE

 

 

Wat is allergie?

 

Allergie is een ziekte die vrij veel voorkomt. Ongeveer 15 % van de mensen in Nederland is allergisch voor iets. Er zijn heel veel soorten allergie, waarover straks meer.

De vraag is: wat is allergie precies?

Allergie is een reactie van het immuunsysteem op bepaalde stoffen die het lichaam binnendringen. Bij gezonde mensen geeft dit echter geen klachten, maar bij allergiepatienten wel.

Als een vreemde stof het lichaam binnendringt, noemt men deze stof een antigeen. Als die stof echter ook een allergische reactie oproept, noem je het een allergeen. De stoffen die door het immuunsysteem gemaakt worden om deze antigenen te bestrijden, heten antistoffen (of antilichamen). Een andere naam voor antistoffen is immunoglobulines. Deze immunoglobulines zijn verantwoordelijk voor de humorale afweerrespons. Er zijn 5 hoofdgroepen immunoglobulines, te weten IgA, IgD, IgE, IgG en IgM. Bij allergie is IgE het belangrijkste immunoglobuline.

 

Verschillende allergieën

 

Allergieën kunnen ingedeeld worden naar de manier waarop je in contact komt met allergenen.

De belangrijkste groep allergenen zijn inhalatie-allergenen. Dit houdt in dat deze allergenen via de lucht worden verspreid. Op die manier kunnen de allergenen in contact komen met de slijmvliezen van de luchtwegen. De allergenen komen op die manier de bloedbaan in en kunnen gaan binden aan de antistoffen die op een mestcel zitten. Door deze binding komt er uit de mestcel histamine vrij, wat zorgt voor benauwdheid, rode ogen, een loopneus, niesbuien en astmatische bronchitis.

 

Nu volgt een overzicht van de bekendste inhalatie-allergenen.

 

* Stuifmeelkorrels. Stuifmeelkorrels worden ook wel pollen genoemd. Deze pollen komen van bepaalde soorten bomen en grassen. De klachten zijn afhankelijk van de bloeiperiode van de planten, en dus seizoengebonden. De bomen bloeien vooral in de lente (van februari tot mei) en de grassen van april tot augustus. Al deze allergenen kunnen worden samengevat onder de noemer hooikoorts.

 

* Huidschilfers van allerlei harige (huis)dieren. Een belangrijk misverstand is dat men denkt dat mensen allergisch zijn voor de haren van de dieren. Dit is niet het geval. De allergische reactie wordt veroorzaakt door de huidschilfers van de dieren. De reactie verloopt hetzelfde als die in figuur 1.

 

* Huisstofmijten. Vroeger werd gedacht dat mensen allergisch waren voor veren kussens, dekbedden, wol of kapok, waarbij het materiaal de bron was van de allergie. Nu weet men

echter dat er in deze stoffen een klein, spinachtig diertje leeft, de huisstofmijt.

De huisstofmijt leeft van de huidschilfers van mensen. In het najaar, in vochtige, warme

huizen, vermenigvuldigen de mijten zich razendsnel. Daarom zijn de klachten het ergst in het

najaar en in de winter. Daar komt bij dat de mensen in die periode ook meer binnenshuis zijn. De andere allergenen komen allemaal op een andere manier het lichaam binnen. Deze allergenen zijn in de volgende groepen onder te verdelen:

 

* Insektengiffen. Hoofdzakelijk de wesp, bij en hommel produceren gif waar mensen allergisch voor kunnen zijn. De klachten die hierbij optreden zijn jeuk, roodheid, pijn en zwelling. Je kan pas van allergie spreken als bij iedere volgende steek een heftiger reactie optreedt, tot shock aan toe. Mensen die allergisch zijn voor insectengif moeten een pakketje nood medicijnen (tegengif) hebben, voor het geval ze gestoken worden.

 

* Contactallergenen. Contactallergenen zijn stoffen waarmee men elke dag in aanraking komt, zoals wasmiddelen, cosmetica en kleding. Daarnaast is er beroepsmatig contact met speciale stoffen (denk maar aan bakkers, kappers en metselaars).

 

* Geneesmiddelen. Geneesmiddelen kunnen elk type overgevoeligheidsreactie veroorzaken. Penicilline is een van de geneesmiddelen waar mensen allergisch voor kunnen zijn.

 

* Voedingsmiddelen. Bij voedingsmiddelenallergie hoeft niet per se het voedingsmiddel zelf de oorzaak te zijn, maar het kunnen ook toegevoegde stoffen zijn, zoals conserveringsmiddelen, kleurstoffen, smaakstoffen, anti-oxydanten, enz.

 

 

Diagnostiek

 

Om erachter te komen of iemand allergisch is en zo ja waarvoor, is het nodig dat de arts of allergoloog precies weet welke allergenen er bestaan en waar ze vandaan komen (de bron van de allergenen). Ook moet de arts weten welke klachten bij welke allergie horen.

Een onderzoek naar allergie begint met een anamnese. De anamnese is een uitvoerig vraaggesprek met de patient over de leefsituatie. Belangrijke onderdelen hierin zijn hobbies, werk, verhuizing, contact met dieren en of er andere allergie-patienten in de familie zijn.

Uit dit gesprek kan al nuttige informatie komen over de soort allergie. De volgende 2 voorbeelden zullen dit duidelijk maken.

 

Een persoon heeft last van een loopneus, rode ogen en niesbuien. Deze klachten doen zich vooral in de zomer voor, als hij buitenshuis is. Daarnaast zijn de klachten het ergst op warme, broeierige dagen. Bij een vakantie naar Spanje in juli was de man klachtenvrij.

Dit beeld wijst op hooikoorts (vooral voor graspollen). In Spanje had hij geen last omdat daar de grassen al in juni uitgebloeid zijn.

Een tweede voorbeeld is een kund dat ineens last krijgt van een loopneus, niesbuien en rode ogen. Bij de anamnese blijkt dat de klachten ongeveer tegelijkertijd zijn begonnen met een konijn dat in de klas is gekomen.

Het is hier dus waarschijnlijk dat het kind een allergie tegen konijnen heeft. Als het konijn in een andere klas wordt gezet, blijken de klachten af te nemen.

 

 

De volgende stap in het onderzoek is de huidtest. Om inhallatie-allergenen te testen wordt vlak onder de huid een heel klein beetje allergeen gespoten. Dit wordt gedaan op de rug of op de binnenkant van de onderarm. Ook kan een druppeltje allergeen op de huid gebracht worden, waarna het met een krasje in de huid wordt gebracht. Na ongeveer 15 a 20 minuten kunnen dan rode plekken ontstaan met een zwelling, die ook nog kan gaan jeuken. Is dit het geval, dan is die persoon allergisch voor de ingespoten stof. Als de persoon niet allergisch is, zal er dus ook geen reactie optreden.

Deze test werkt doordat er mestcellen in de huid zitten. Deze mestcellen bevatten histamine. Als een patient allergisch is, zal het allergeen aan de IgE-antistoffen binden die op de mestcellen zitten. De mestcel laat het histamine vrij en dit geeft vervolgens bovenstaande klachten.

Deze huidtest kan dus uitsluitsel geven wat de oorzaak is van bepaalde klachten, bijvoorbeeld een loopneus. Door bij de patient huisdierallergeen, huisstofmijt en graspollen te testen met de huidtest, kan je zien welke van 3 de oorzaak is van de klachten (of dat geen van drieen de oorzaak is).

Bij contactallergenen wordt een plakproef gedaan. De patient krijgt dan pleisters met de te onderzoeken stof op zijn huid geplakt en na een bepaalde tijd zal ook hier dan een reactie optreden.

De anamnese en de huidtest zijn de belangrijkste hulpmiddelen van een allergoloog om een allergie vast te stellen.

Als deze 2 onderdelen echter niet genoeg uitsluitsel geven, zijn er nog 2 andere tests om een diagnose te stellen.

 

* De RAST-test. Bij de RAST-test wordt de hoeveelheid IgE tegen een bepaald allergeen bepaald. De uitslag wordt weergegeven in een aantal plussen (met een maximum van 5+).

Wel moet bij deze test gezegd worden dat het aantal plussen niet overeen hoeft te komen met de ernst van de klachten. Het kan zijn dat iemand 5+ is voor huisstofmijt, maar totaal geen klachten heeft.

 

* De provocatietest. Bij een provocatietest wordt het allergeen in de neus gestoven om zodoende klachten op te wekken die in de natuurlijke situatie ook ontstaan. De provocatietest kan ook gebruikt worden om te zien of een bepaalde therapie aanslaat. Als een therapie aanslaat zullen de klachten naar aanleiding van de provocatie met het allergeen veel minder zijn.

 

Behandeling

 

De behandeling die het best werkt, is het vermijden van het allergeen. In sommige gevallen is dit makkelijk, denk maar aan huisdieren de deur uit doen, of een speciaal dieet volgen. Maar in andere gevallen is het onmogelijk, zoals bij hooikoorts.

Als het vermijden van het allergeen niet mogelijk is, kan een arts medicijnen voorschrijven.

Er zijn verschillende soorten medicijnen. Ten eerste medicijnen die heel gericht klachten verhelpen, zoals neussprays en oogdruppels. Daarnaast zijn er voor hooikoortspatienten antihistaminica (stoffen die zorgen dat er geen histamine vrijkomt), zoals Allerfree. Een nadeel van medicijnen is dat ze de oorzaak niet wegnemen, maar alleen de klachten bestrijden. Je noet ze dan ook je hele leven gebruiken.

Een alternatief voor medicijnen is hyposensibilisatie. Dit wel zeggen dat je probeert de gevoeligheid voor een allergeen te verlagen. De manier waarop dit gedaan wordt, is door kleine hoeveelheden allergeen in de huid te spuiten, waardoor het lichaam hier andere antistoffen tegen kan maken (de IgG antistoffen). Door dit regelmatig te doen (met oplopende doses allergeen) zal het lichaam minder tot niet meer reageren op het betreffende allergeen. De IgG antistoffen die op deze manier ontstaan, zullen ervoor zorgen dat de IgE antistoffen niet meer kunnen binden aan de mestcel, waardoor er geen histamine meer vrijkomt.

Naast deze reguliere behandelingen zijn er natuurlijk ook alternatieve methoden zoals hypnotherapie en accupunctuur. Over hoe en of deze methoden werken is niet veel bekend, maar dit kan nog uitgezocht worden.

Tenslotte is bij kinderen bekend dat ze over een allergie heen kunnen groeien. Wat de oorzaak hiervan is, is ook nog niet bekend.

 

Literatuurverwijzing: Cahiers bio-wetenschappen en maatschappij, ALLERGIE

Stichting Bio-wetenschappen en Maatschappij, Leiden.

 

 

Voor vragen over deze tekst kun je emailen naar : verbeeke@dds.nl

of schrijven naar E. Verbeek

Endeldijk 16

2675 CS Honselersdijk

 

Vragen bij de tekst "ALLERGIE":

1) Geef een indeling van de soorten allergie en zet de volgende allergieen onder het juiste hoofdtype: 1: hooikoorts, 2: hommels, 3: appels, 4: nikkel, 5: kleurstoffen, 6: penicilline, 7: pleisters, 8: paarden, 9: oogschaduw, 10: berken.

 

2) Welke 2 methoden zijn het belangrijkst bij het vinden van een allergie?

 

3)Welke antigenen zou je in een huistest gebruiken als een patient vooral in het najaar/winter last zou hebben van een loopneus, rode ogen en niesbuien?

 

4) Hoe werkt hyposensibilisatie?

 

 

Vragen na 14 dagen bij de tekst "ALLERGIE":

1) Noem 3 inhallatie-allergenen.

 

2) Hoe werkt een huidtest precies?

 

3) Wat wordt bepaald met een RAST-test?

 

4) Welke behandelingsmethoden zijn er voor allergiepatienten?

 

Docentenhandleiding.

 

Deze tekst geeft een indeling weer van de soorten allergie die hier voorkomen. Daarnaast woedt er aandacht besteed aan de diagnostiek en de behandeling van allergieen.

 

Hieronder volgen de antwoorden op de bijgevoegde vragen:

1) Inhallatie-allergie: 1 hooikoorts, 8 paarden, 10 berken:

Insectengif: 2 hommels;

Contactallergie: 4 nikkel, 7 pleister, 9 oogschaduw;

Medicijnen: 6 penicilline;

Voedingsmiddelen: 3 appels, 5 kleurstoffen.

 

2) Anamnese (vraaggesprek) en huidtest.

 

3) Huisstofmijt en eventueel huisdieren (Ôs winters meer binnen ---> meer last).

 

4) Allergeen instuiten ---> Lichaam maakt IgG antistoffen die voorkomen dat IgE antistoffen aan de mestcel binden. Hierdoor komt dan geen histamine meer vrij.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

1) Stuifmeelkorrels, huisstofmijt en huidschilfers van (huis)dieren.

 

2) Allergeen in de huid spuiten ---> IgE bindt allergeen en dan mestcel ---> histamine release ---> rode, gezwollen huid.

 

3) Hoeveelheid IgE tegen een bepaald allergeen.

 

4) Allergeen vermijden, medicijnen, hyposensibilisatie (en daarnaast alternatieve methoden als accupunctuur en hypnotherapie).