XENOTRANSPLANTATIE
inleiding
techniek
bezwaren
vragen
docenten handleiding
evaluatie

 

 

inleiding

Xenotransplantatie is een woord wat we steeds vaker horen, maar wat houdt het nu precies in? De definitie van xenotransplantatie is: het overplaatsen van cellen, weefsels en organen van dier naar mens. Het Griekse voorvoegsel betekent vreemd en heeft hier betrekking op de "vreemd" niet menselijk oorsprong van te transplanteren orgaan. Xenotransplantatie zou een oplossing kunnen zijn voor het groeiende tekort aan menselijk weefsel en organen. Met name de wachtlijsten voor nieren, harten en levers zijn immers nog erg lang. Omdat men organen van varkens wil gaan gebruiken voor de transplantatie en omdat er aan varkens geen gebrek is, zou het organen tekort in een keer worden weggewerkt. Hoewel deze techniek nog alleen in het onderzoek wordt gebruikt, is het toch al omstreden. Het is omstreden omdat het nog niet duidelijk is of deze technologie zal werken en omdat er risico’s aan verbonden zijn, waarvan de omvang niet goed kan worden ingeschat. Bovendien zijn er ethische vragen zoals: Is het juist om dieren leed aan te doen om het leven van een mens te rekken?

 

techniek

Voor de transplantatie van varkens organen is het meestal nodig de varkens genetisch te modificeren (veranderen). In het erfelijke materiaal (DNA) van het dier worden dan veranderingen aangebracht. Deze ingreep komt er op neer dat er enkele menselijke eiwitten in organen van het dier worden ingebouwd, zodat het menselijk lichaam het dierlijk orgaan niet herkend als vreemd orgaan. Genetisch modificeren kan voorkomen dat het dierlijk orgaan snel wordt afgestoten.
Er zijn verschillende technieken om genetische modificatie toe te passen. Een veel gebruikte techniek is de "micro-injectie" techniek. Hierbij wordt een klein hoeveelheid van menselijk DNA in een bevruchte eicel van een varken ingespoten. De eicel wordt vervolgens ingeplant in een draagmoeder. Na de geboorte worden tests uitgevoerd om te kijken of de biggen inderdaad het de gewenste genetische verandering hebben gekregen. Met de varkens, waarbij de genetisch modificatie gelukt is wordt doorgefokt onder speciale omstandigheden, bijvoorbeeld: ze mogen niet naar buiten en worden onder steriele omstandigheden gehuisvest. Dit wordt gedaan om het risico dat ziektekiemen van het varken op de patiënt kunnen overgaan zo klein mogelijk te houden. De laatste stap is de uitname van de organen voor het xenotransplantatie.

Fig.1: Genetische modificatie is een kwestie van knip en plak werk. Bij genetisch modificatie van varken Voor xenotransplantatie wordt een stukje DNA uit het bij de mens weggeknipt en geplakt in het DNA van het varken. Rood =meselijk DNA . Wit = dierelijk DNA

 

 

bezwaren

De dieren

De dierenbeschermers hebben in hoofdlijn drie bezwaren tegen het gebruik van dieren die nodig zijn om xenotransplantatie te ontwikkelen. Hiervoor zijn naast varkens ook knaagdieren en apen nodig. Ten eerste wordt een groot aantal dieren leed aangedaan ten behoeve van de mens. Hiertegenover stellen de voorstanders dat het aantal in het niets valt bij de tientallen miljoenen die jaarlijks geconsumeerd worden. Ten tweede hebben de dierenbeschermers bezwaar tegen de speciale omstandigheden waaronder de dieren gefokt worden. De voorstanders menen dat deze dieren nog steeds beter af zijn dan dieren gehouden in de bio-industrie. Een derde bezwaar van de dierenbeschermers blijft het meest overeind. Ze zijn ertegen dat het genetisch materiaal (DNA) van de dieren wordt veranderd, terwijl men nog niet weet wat hiervan de consequenties zijn op de langere termijn.

Fig.2: Illustratie van een varkens fokbedrijf voor het verkrijgen van xenotransplantatieorganen

Risico’s

Aan xenotransplantatie zijn verschillende risico’s verbonden zowel voor de individuele patiënt als voor de hele samenleving. De patiënt loopt kans dat zijn lichaam het vreemd orgaan niet accepteert en complicaties optreden, waardoor men nog verder van het doel komt, namelijk genezen. Ten tweede kan hij een infectie van virussen, schimmels of bacteriën oplopen, die meegetransplanteerd zijn met het varkensdeel. Door steriel te fokken zullen deze "gewone" ziekteverwekkers voorkomen kunnen worden. Een andere verhaal geldt voor het zogenaamde endogene retrovirus. Deze ziekteverwekkers zijn virussen die zich kunnen vertoppen in het DNA van het dier. Deze zijn onschadelijk voor het varken, maar zouden de patiënt kunnen infecteren. De vrees bestaat ook dat op deze manier een nieuwe besmettelijk ziekte ontstaat. Men vermoedt dat AIDS op deze wijze van dier (aap) naar mens is overgebracht. AIDS-virus is ook een endogene retrovirus die bij apen voorkomt en onschadelijk voor ze is. Men vermoedt dat door het eten van niet goed gekookte of van rauwe apenvlees, het AIDS-virus zijn intrede heeft gedaan bij de mens.

 

vragen

  1. Wat betekent Xeno?
  2. Welke opvatting hebben de dierenbeschermers over xenotransplantatie en wat zijn hun argumenten?
  3. Wat is de belangrijkste reden dat xenotransplantatie nog steeds niet wordt toegepast?
  4. Wat is jouw mening, wanneer zou xenotransplantatie toegepast mogen worden en wanneer niet? (betrek in je aantwoord de voordelen, de risico’s en andere nadelen van xenotransplantatie)

 

 

wil je meer over dit onderwerp weten, surf dan naar o.a: http://www.xenotransplantatie.nl/

 

 



docentenhandleiding

Inleiding

Aan de hand van deze tekst komt de leerling meer te weten over xenotransplantatie. Hij/ zij leert iets over de techniek die gebruikt wordt bij xenotransplantatie maar even of nog belangrijker is om de leerling aan het denken te zetten over de voordelen en de nadelen van deze nieuwe technologie.

 

Doelgroep

De tekst is geschikt voor alle leerlingen in de bovenbouw. Leerlingen dienen bekend te zijn dat verschillende genen coderen voor verschillende eiwitten en dat als een gen gemodificeerd wordt, een andere eiwit tot expressie komt dan de oorspronkelijke eiwit. Tevens dient de leerling te weten wat het begrip ethische bezwaren inhoudt.

 

Lesvorm

Totale tijdsduur: een lesuur van 45 minuten

De leerling krijgt genoeg tijd om de tekst te lezen en de vragen over de tekst te beantwoorden (ongeveer 20 minuten).

Discussie (25 minuten)

De docent probeert de klas in twee kampen te verdelen, in een groep met voorstanders en een groep met tegenstanders van xenotransplantatie. De bedoeling is dan om de voor en tegen-standers te laten discussiëren. De docent dient de discussie te begeleiden en met concrete en extreme voorbeelden te komen om de discussie aan te scherpen.

Voorbeeld om de tegenstanders te prikkelen: Je bent straks 30 jaar, je hebt een leuke vrouw/man, een kind en een toffe baan. Alles gaat goed, maar je nieren functioneren niet meer. Er is op dat moment maar een oplossing, namelijk nieren te laten transplanteren afkomstig uit een varken.

Voorbeeld om voorstanders te prikkelen: vragen of de leerlingen altijd voor xenotransplantatie te zijn, ook bijvoorbeeld als ze 80 jaar zijn enz.

Islamitische en joodse leerlingen zitten met een extra dilemma, namelijk volgens hun geloof is een varken onrein. Dat kan de docent ook naar voren brengen in de discussie.

Aan het eind van de les kan de docent de leerlingen die meer over dit onderwerp willen weten, verwijzen naar het internetadres WWW.xenotransplantatie.nl . Ook kan de docent een internet opdracht geven over het zoeken van meer informatie over het onderwerp.

 

 

 

Evaluatie naar 14 dagen

  1. Wat houdt genetische modificatie in?
  2. Welke risico’s houdt xenotransplantatie in voor de volksgezondheid?
  3. Wie heeft naar de het internetadres gesurft over xenotransplantatie?
  4. Denk je nog steeds hetzelfde over xenotransplantatie als twee weken geleden?

(De laatste twee vragen zijn gesteld om te evalueren of discussie over xenotransplantatie heeft geleid tot meer interesse over deze onderwerp en of de leerling aan het denken is gezet over de voordelen en nadelen van xenotranplantatie.)

ga naar boven

(auteur: M.Boujnan, 2001)