ASPARTAAM
de super zoete stof in zoetjes en light-frisdranken

Aspartaam
Ontdekking van aspartaam
Hoe zoet is aspartaam?
Waardoor smaakt een stof zoet?
Onderzoek naar aspartaam
Ruimtelijke structuur van aspartaam
Heeft aspartaam stereo-isomeren?
Opgaven
Docentenhandleiding
Vragen voor over 14 dagen
Antwoorden
Referenties

 

 

Je hebt vast wel eens gezien dat iemand in plaats van een klontje suiker een zoetje in zijn of haar koffie deed. En misschien heb je je toen ook wel afgevraagd wat er in dat kleine tabletjes zit. Het is natuurlijk best wel vreemd dat zo een kleine hoeveelheid ervoor zorgt dat je drankje net zo zoet smaakt als nadat je er een klontje suiker in hebt opgelost. Blijkbaar smaakt de stof in het zoetje heel erg veel zoeter dan suiker. De stof die het zoetje zo zoet maakt heet aspartaam.
Volgens de verpakking van Canderel is aspartaam 200 keer zoeter dan suiker. In deze tekst wordt dieper ingegaan op aspartaam.

· Hoe is aspartaam ontdekt en waar wordt het voor gebruikt?
· Hoe zoet is aspartaam?
· Waardoor smaakt een stof zoet?
· Onderzoek naar aspartaam.
· Ruimtelijke structuur van aspartaam.
· Heeft aspartaam stereo-isomeren?


Figuur 1: Candarel bevat aspartaam

Ontdekking van aspartaam 

Zo'n dertig jaar geleden werd aspartaam per ongeluk ontdekt. Een van de onderzoekers van een laboratorium proefde zijn net gemaakte stof. Hij had namelijk wat van die stof aan zijn vingers zitten en kwam met zijn vinger in zijn mond en proefde een ontzettend zoete smaak. Daardoor zijn ze die stof verder gaan onderzoeken en zo is aspartaam op de markt gekomen. Het is overigens zeer gevaarlijk om zomaar stoffen te proeven die je hebt gemaakt en je moet dat dan ook nooit zelf doen! Maar goed, deze man ontdekte een onschadelijke stof die zeer goed gebruikt kan worden. Aspartaam zit namelijk niet alleen in zoetjes, maar ook in light-frisdranken, kauwgom, jam, pudding, limonadesiroop, vruchtensappen, multivitaminen en nog veel meer producten. Dat het zoveel wordt gebruikt, komt onder andere door de lage energetische waarde van aspartaam. Als een bepaalde hoeveelheid suiker 16 kilocalorieën levert, dan levert de hoeveelheid aspartaam die voor dezelfde zoete smaak zorgt slechts 1/10 kilocalorie. Dat is dus veel minder energie en van te veel energie wordt je dik.

-naar boven-

Hoe zoet is aspartaam?

Zo dadelijk gaan we met behulp van een proefje zelf bepalen hoe zoet aspartaam is. Dat gaan we doen door verschillende oplossingen van aspartaam in water te vergelijken met een oplossing met suiker. Om een eerlijk resultaat te krijgen, heeft je leraar de oplossingen vast gemaakt. Het is namelijk niet mogelijk om onafhankelijk de zoetheid testen als je weet hoeveel aspartaam je in welke oplossing hebt gedaan. In tabel 1 kun je achter de verschillende oplossingen aangeven of die zoeter zijn dan de oplossing met suiker of net zo zoet of minder zoet. Tot welke concentratie proef je dat de oplossing zoet is? Heeft iedereen dat bij dezelfde oplossing?

Het is de bedoeling dat je steeds de eerst de suikeroplossing proeft en vervolgens een oplossing met aspartaam en die dan vergelijkt met de suikeroplossing. Het beste resultaat krijg je door tussendoor steeds je mond te spoelen met kraanwater. Nadat iedereen geproefd heeft, zal de docent de concentraties van de suikeroplossing en van de aspartaamoplossingen geven. De concentraties van de aspartaamoplossing kun je ook in de tabel noteren.

1) Bereken nu zelf hoeveel zoeter aspartaam is dan suiker.
 
1oplossing11
111zoeter111
1even zoet11
minder zoet1
concentratie
1

11

11

11

11

2

111

11

11

11

3

11

11

11

11

4

11

11

1111

11

5

11

11

11

11

6

11

11

11

11

Tabel 1: Bepalen zoetheid van aspartaam

Wat je nu hebt berekent is hoeveel zoeter aspartaam is dan suiker op gewichtsbasis. De concentratie van de oplossingen is namelijk gegeven in gram per liter. Het is beter om de zoetheid aan te geven per mol. Daarvoor moeten we eerst bepalen wat de massa´s van de beide moleculen zijn, die we steeds met elkaar vergelijken. In figuur 2 zijn de beide moleculen getekend. Met behulp van je BINAS kun je nu berekenen wat de molecuulmassa´s zijn en dus de concentratie van de oplossingen in mol/liter.

Figuur 2: Suiker en aspartaam

2) Vul in tabel 2 de molecuulformule en de molmassa van sucrose en aspartaam in.
3) Vul in tabel 3 de concentraties van de verschillende oplossingen in mmol per liter in.

sucrose
aspartaam
molecuulformule

11

11

molmassa

11

11

 Tabel 2: molecuulformule en molmassa

 
Oplossing
1111111
1112111
1113111
1114111
1115111
1116111
1suiker1
Concentratie

11

11

11

11

11

11

11

Tabel 3: de concentraties van de verschillende oplossingen in mmol per liter

4) Bereken nu nogmaals hoeveel zoeter aspartaam is dan suiker. Zie je verschil tussen deze berekening en de eerder gemaakte berekening? En wat kun je daaruit concluderen?

-naar boven-  

Waardoor smaakt een stof zoet?

Het is handiger om de zoetheidsverhouding in mmol in aan te geven in plaats van in gram. Dit komt door de wijze waarop de zoete smaak wordt veroorzaakt. Op je tong bevinden zich smaakreceptoren. Deze smaakreceptoren kunnen binden aan bijvoorbeeld suikermoleculen. Als een dergelijke binding wordt gevormd, dan geeft die smaakreceptor een signaal door aan de hersenen, waardoor een zoete smaak wordt geproefd.

5) Waar bevinden de receptoren voor de zoete smaak zich op de tong?

Die smaakreceptor bindt echter lang niet alle soorten moleculen die in je mond komen. Dat is ook wel logisch, anders zouden namelijk alle stoffen zoet smaken. Alleen de stoffen die aan die smaakreceptor kunnen binden, smaken zoet. De meeste stoffen die aan deze receptor binden en dus zoet smaken, blijken cyclisch van vorm te zijn. Het is echter nog niet helemaal duidelijk hoe een molecuul eruit moet zien om aan zo een smaakreceptor te binden en dus zoet te smaken. Wel is bekend dat alleen moleculen die precies in de receptor passen aan de receptor zullen binden en dus zoet zullen smaken. Zo kan een kleine verandering aan een molecuul er toe leiden dat die stof niet meer zoet smaakt. Je kan je dit voorstellen als een sleutel in een slot. Dat past ook precies en na een kleine verandering aan de sleutel past het niet meer in het slot en krijg je het slot niet meer open. Als een molecuul niet in de receptor past, smaakt het molecuul niet zoet.

Een dergelijke receptor kan vaak op meerdere plaatsen aan een molecuul binden en dat molecuul moet ook precies op al die plaatsen aan de receptor binden. Bij het zoeken naar de structuur die voor de zoete smaak zorgt, moet dus worden gelet op welke atomen er zijn (voor de bindingen), de grootte van het molecuul en de ruimtelijke vorm/structuur van het molecuul. Doordat een molecuul aan een receptor moet binden voordat de smaak wordt gevormd, is het dus beter om de zoetheid van een stof op basis van het aantal mol te bepalen dan op basis van gewicht.

-naar boven-  

Onderzoek naar aspartaam

Omdat aspartaam geen natuurlijke voedingsstof is, wordt er veel onderzoek naar gedaan. Een fabrikant wil natuurlijk niet dat zijn product mensen vergiftigt. Over het algemeen komt uit die onderzoeken dat aspartaam niet schadelijk is voor mensen, mits ze er niet teveel van gebruiken (40 mg/kg lichaamsgewicht per dag). Een persoon van 60 kilogram kan dus veilig 2,4 g aspartaam per dag gebruiken en dat zijn hele leven lang. Een zoetje geeft 18 mg aspartaam en in light-frisdrank zit maximaal 0,6 g per liter.

6) Hoeveel liter light-frisdrank kan een persoon van 60 kilogram veilig per dag drinken?
 

Tijdens het onderzoek naar de gevaren van aspartaam, is ook veel onderzoek gedaan naar de structuur van aspartaam. Aspartaam blijkt opgebouwd te zijn uit twee aminozuren. In figuur 3 is dat zichtbaar door de kronkellijn die op die plaats door het molecuul gaat. De twee aminozuren zijn met elkaar verbonden door een amidebinding (-CO-NH-).

7) Uit welke twee aminozuren is aspartaam opgebouwd?

In je lichaam wordt aspartaam gesplitst in de beide aminozuren en er komt een beetje methanol (CH4OH) vrij. Alle drie de stoffen komen in je lichaam voor en zijn in normale hoeveelheden niet schadelijk. Dat geldt overigens voor vrijwel alle stoffen.

Figuur 3: Aspartaam

-naar boven-  

 Ruimtelijke structuur van aspartaam

De meeste moleculen die we tekenen zijn plat. Dat is niet zoals ze er in werkelijkheid uitzien. Gelukkig zijn hulpmiddelen om te laten zien hoe een molecuul er ruimtelijk uitziet. Je kan een model van een molecuul bouwen met behulp van een molecuulmodellendoos. En je kan proberen het molecuul ruimtelijk te tekenen. Dat laatste is met de hand erg moeilijk, maar met speciale scheikundige tekenprogramma's is dat wel goed mogelijk. En tenslotte wordt er ook nog vaak een notatie gebruikt, waarbij de bindingen naar voren en naar achteren anders worden getekend. De bindingen die worden aangegeven met een vette streep/driehoek moet je naar voren denken en de bindingen die worden aangegeven met een gestreepte lijn/driehoek juist naar achteren.

Alle koolstofatomen die vier groepen aan zich hebben gebonden, hebben die groepen op deze manier om zich heen. Ze vormen een tetraëder. Je kan je dat ook voorstellen als een pyramide die bestaan uit vier identieke driehoeken. Het koolstofatoom zit dan precies in het midden en op alle hoekpunten bevindt zich een van de vier groepen.

Figuur 4: Methaan getekend op drie verschillende manieren.

-naar boven-  

Heeft aspartaam stereo-isomeren?

Soms is het zo dat moleculen die er vlak getekend hetzelfde uitzien, ruimtelijk toch van elkaar verschillen. Aan een koolstofatoom zitten dan vier verschillende groepen. Je kan dit het beste begrijpen door twee moleculen te bouwen met in het midden een koolstofatoom en daar aan vast vier verschillend gekleurde atomen. Dit is zichtbaar in figuur 5, je ziet dat de beide moleculen elkaars spiegelbeeld zijn. Deze beide moleculen noemen we stereo-isomeren van elkaar. Stereo-isomeren zijn dus twee dezelfde moleculen die alleen in ruimtelijke structuur van elkaar verschillen. Voor stereo-isomeren heb je dus een koolstofatoom nodig dat is omringd door vier verschillende groepen.

Figuur 5:Stereo-isomeren

8) Hoeveel koolstofatomen die worden omringd door vier verschillende groepen heeft aspartaam?
9) Hoeveel verschillende ruimtelijke structuren heeft aspartaam?

Niet alle ruimtelijke structuren van aspartaam smaken zoet, blijkbaar past aspartaam dus niet altijd in de receptoren. Het is bij het maken van aspartaam dus van belang wat de ruimtelijke structuur van de beide aminozuren is. Je wilt tenslotte een zoete stof maken.

Ook bij veel andere moleculen is het van belang dat je het juiste stereo-isomeer maakt. Bijvoorbeeld voor moleculen met een genezende werking. Er bestaan meerdere moleculen waarvan het ene molecuul heel genezend werkt, terwijl het andere isomeer schadelijk kan zijn. Een goed voorbeeld hiervan is softenon. In de jaren vijftig en zestig werd dit middel voorgeschreven aan zwangere vrouwen tegen misselijkheid. Als gevolg daarvan werden er kinderen geboren met zeldzame afwijkingen. Soms ontbraken bijvoorbeeld de armen en benen, handen en voeten zaten dan direct aan de romp. Of ze hadden problemen met ogen, oren, hart of nieren. Gelukkig waren de afwijkingen direct na de geboorte zichtbaar en werd het verband snel gelegd. Softenon is nu verboden in Nederland. In sommige andere landen wordt het echter nog steeds voorgeschreven, met alle gevolgen van dien.

Doordat de beide isomeren gepolariseerd licht een andere kant op draaien, is het mogelijk om met behulp van een polarimeter te meten welke isomeer je hebt. Is de draaiing maximaal naar links, dan bevat je oplossing alleen dat isomeer. Is je draaiing daarentegen maximaal naar rechts, dan bevat je oplossing alleen het andere isomeer. En is de gemeten draaiing ergens daartussen, dan bevat je oplossing dus beide isomeren.

-naar boven-  

 Opgaven

10)

Welke producten waar aspartaam inzit gebruik jij regelmatig? Zoek ook producten op die niet in de tekst worden genoemd.

11)

Kan een atoom met drie gebonden groepen stereo-isomeren hebben?

12)

Welk probleem heb je als je aspartaam verkeerd synthetiseerd?

-naar boven-  

  

Docentenhandleiding bij aspartaam

De bedoeling van dit lesmateriaal is de leerlingen iets te leren over kunstmatige voedingsstoffen en stereochemie. Het is bedoeld voor leerlingen uit VWO 5 of 6. Stereochemie maakt ook deel uit van het examenprogramma.
In de eerste les wordt algemeen op aspartaam ingegaan en wordt het proefje over zoetheid gedaan. Hiervoor zijn zeven oplossingen nodig met de volgende concentraties:
 
Oplossing
Concentratie (mg/100 ml)
referentie (suiker)
3800
1 (aspartaam)
36
2 (aspartaam)
30
3 (aspartaam)
24
4 (aspartaam)
18
5 (aspartaam)
12
6 (aspartaam)
6
Tabel 4: Concentraties

De leerlingen mogen niet weten wat de concentratie is van de aspartaam oplossing die ze proeven. Pas nadat iedereen geproefd heeft, kunnen de concentraties worden gegeven.

Het is leuk om na te gaan of men de hele lage concentraties aspartaam nog waarneemt en tot welke concentratie aspartaam te proeven is. Door de gegevens uit de hele klas te verzamelen, kunnen de leerlingen een gemiddelde bepalen.

De tweede les gaat voornamelijk over stereochemie. Hiervoor zijn modellendozen nodig, zodat de leerlingen zelf de moleculen kunnen bouwen en de isomeren kunnen vergelijken.

Voor beide lessen is geprobeerd het lesmateriaal zo te schrijven, dat de leerlingen zelf aan de slag kunnen. Toch denk ik dat het stereochemie deel wel enige uitleg nodig heeft. Dit in verband met het voorstellen van de moleculen in hun ruimtelijke structuur.

-naar boven-  

Vragen voor over 14 dagen:

1) Waarvoor wordt aspartaam gebruikt en waarom wordt daarvoor juist aspartaam gebruikt?
2) Wat zijn stereo-isomeren?
3) Wat voor een atoom moet er in een molecuul aanwezig zijn om stereo-isomeren te hebben?
-naar boven-  

 Antwoorden

1) Ongeveer 200 keer, hangt van de leerling af.

sucrose
aspartaam
molecuulformule
C12H22O11
C14H18O5N2
molmassa
342
294
Tabel 5: antwoorden tabel 2

Oplossing
1
2
3
4
5
6
suiker
Concentratie (mmol/liter)
0,12
0,10
0,08
0,06
0,04
0,02
11,11
Tabel 6: antwoorden tabel 3

4)

Er is een verschil in verhouding tussen de berekening op gewichtsbasis en de berekening op molbasis. Aspartaam is in molverhouding minder zoeter dan suiker dan in gewichtsverhouding. Maar aspartaam is beide keren veel zoeter dan suiker.

5)

Zoetreceptoren bevinden zich aan de zijkanten van de tong. (Zuur proef je vooraan, bitter achteraan)

6)

Vier liter frisdrank per dag.

7)

Asparaginezuur en fenylalanine. (Sommige mensen kunnen niet tegen fenylalanine en dus ook niet tegen aspartaam)

8)

Aspartaam heeft twee koolstofatomen die vier verschillende groepen gebonden hebben.

9)

Aspartaam heeft vier stereo-isomeren. Per koolstofatoom hebben we namelijk een R en een S conformatie. Dus bij twee koolstofatomen zijn de mogelijkheden RR, RS, SR en SS.

10)

Limonadesiroop, frisdrank, pudding enz.

11)

Ja, met een dubbele binding en twee verschillende groepen (cis- en trans-isomerie).
Nee, niet als er maar drie verschillende groepen aanzitten, dan is het molecuul vlak en zijn er geen isomeren.

12)

Dan heb je het verkeerde isomeer gesynthetiseerd en is je stof niet zoet. Of je hebt meerdere isomeren en moet die eerst van elkaar scheiden. Daarna is het zoete isomeer als nog bruikbaar. Je opbrengst is dan wel lager.

-naar boven-  

 Na 14 dagen

1)

Aspartaam wordt gebruikt om producten een zoete smaak te geven. Aspartaam is namelijk veel zoeter dan suiker.

2)

Moleculen die alleen in ruimtelijke structuur van elkaar verschillen.

3)

Een (koolstof)atoom die vier verschillende groepen aan zich heeft gebonden.

-naar boven-  

 Referenties

1) Fox, A.M. and Whitesell, J.K. (1997). Organic Chemistry. Boston (USA). Jones and Bartlett Publishers
2) Brouwer, N. en Van Maarseveen, J.H. Webklas scheikunde 2001.
3) Birch, G.G. (1988). Waarom suiker zoet is. Natuur en techniek. 56. 12. 1018-1025
-naar boven-  


Voor meer informatie:
Machteld.Petram@student.uva.nl