De vragen
Bij vraag 1 moet de leerling: Een hypothese formuleren
en een proefopstelling verzinnen. Deze vraag vraagt mogelijk teveel inzicht van
de leerling. Het is aan te bevelen om deze vraag klassikaal in een practicum uit
te voeren.
Bij vraag 2 moet de leerling kennis over genetica hebben en de
voordelen van genetische recombinatie voor een organisme kunnen noemen.
Bij
vraag 3 moet de leerling veronderstellingen over de aard van bekende ziekten
expliciet noemen. Bij een klassikale behandeling van deze vraag kan er meer
ingegaan worden op de micro biologische achtergrond van ziekten.
Bij vraag 4
krijgt de leerling een voorbeeld waarmee uit te rekenen is dat een cel bij
exponentiële toename na 20 keer delen een enorme kolonie vormt (1e20).
Bij
vraag 5 moet de leerling aangeven wat in de tekst zijn interesse wekte, en wat
er verbeterd kan worden in de tekst.
Verdieping
De lessen kunnen verdiept worden door projecten en door
practica (zie vraag 1). Groepsprojecten kunnen kennis verdiepen over bacteriën;
bijvoorbeeld de verschillen tussen prokaryote celtypen en eukaryote celtypen
expliciet maken. Onderzoek naar het nut van bacteriën voor de mens. Leerlingen
kunnen speuren op het internet en contact zoeken met communicatiemedewerkers van
de (farmaceutische) industrie. Onderzoek naar infectieziekten en preventie.
Leerlingen kunnen speuren op het internet en contact zoeken met medische
voorlichtingsorganisaties. Bacteriën in de voedselindustrie; denk aan: bacteriën
en zuivelproducten. Een leuk practicum is het zelf yoghurt maken met melk en
yoghurtbacteriën.