Het aardappelcystenaaltje

Inhoud

Het aardappelcystenaaltje, een probleem in de landbouwindustrie
Wanneer komen de eitjes uit?
De bestrijding van het aardappelcystenaaltje
De status van het onderzoek
Referenties
Vragen

Het aardappelcystenaaltje, een probleem in de landbouwindustrie

Een groot probleem in de landbouwindustrie is de aanwezigheid van aardappelcystenaaltjes in de grond. Deze minuscule aaltjes zijn namelijk verantwoordelijk voor een verlies van 10% van de aardappeloogst. Dit verlies wordt ook wel aardappelmoeheid genoemd. Een voorbeeld van een aangetast aardappelveld is gegeven in de onderstaande figuur.

Voorbeeld van aardappelmoeheid

De aaltjes penetreren in de wortel van een aardappelplant en eten de voedingsstoffen van de plant op, waardoor de aardappelplant niet verder kan groeien en/of afsterft. Onder invloed van speeksel van het aaltje ontstaan door celfusie grote meerkernige voedingscellen, waaruit het aaltje zich de rest van haar leven voedt (1). Het aardappelcystenaaltje is dus een parasiterende worm. Het achterlijf van het vrouwtje blijft buiten de wortel steken en zet uit. Als het vrouwtjesaaltje sterft bevinden zich in het achterlijf ongeveer 200 eitjes. De eitjes worden dus niet gelegd maar liggen goed beschermd in de huid van de moeder. Het achterlijf met de eitjes wordt ook wel een cyste genoemd (2).


Cysten op een aardappelwortel
terug naar de inhoud

Wanneer komen de eitjes uit?

De cysten laten los van de wortel en blijven na het rooien van de aardappels achter in de grond. Deze cysten blijven zelfs onder extreme condities, zoals een temperatuur van -40°C of droogte, intact. De eitjes komen uit als er een stof in de grond terechtkomt, die wordt uitgescheiden door de jonge groeiende aardappelplant. Deze "wekstof" voor de aaltjes heet Solanoeclepine A (3). In de onderstaande structuurformule van Solanoeclepine A zijn de koolstof- en bijbehorende waterstofatomen van de methylgroepen weggelaten.


terug naar de inhoud

De bestrijding van het aardappelcystenaaltje

Om het aaltje tegen te gaan wordt er nu nog gebruik gemaakt van grondontsmettingstoffen. Deze bewegen door het veld, dringen de eitjes binnen en doden de slapende aaltjes. Vanwege de negatieve effecten voor het milieu mocht dit ontsmetten vroeger maar eens in de vier jaar gebeuren en sinds 2000 zelfs maar eens in de vijf jaar (4). De bijkomstige milieuproblemen zijn niet acceptabel. De bestrijdingsmiddelen zijn namelijk niet alleen giftig voor de aaltjes maar ook voor de andere dieren en planten in de omgeving. Ook de aardappelplant zelf wordt aangetast door het gif. Dit veroorzaakt een afname in de aardappelproductie na zo'n ontsmetting. Men bestrijdt dus het aardappelcystenaaltje met iets dat zelf ook verlies in de aardappelproductie veroorzaakt.
Er wordt hard gezocht naar een andere oplossing voor het probleem van het aardappelcystenaaltje. Men denkt het antwoord te hebben gevonden bij de wekstof Solanoeclepine A. Men wil deze stof in de grond brengen op een leeg veld. De slapende aaltjes denken nu dat er aardappelen groeien in het veld en de eitjes komen uit. Het aaltje wordt dus gefopt. Omdat er nog geen aardappels in het veld staan, sterven de aaltjes wegens gebrek aan voedsel. Hierna kan het veld worden gebruikt om aardappels te verbouwen. Dit zou dus een milieuvriendelijke oplossing voor het aardappelcystenaaltje opleveren.
Nu wordt aan de Universiteit van Amsterdam geprobeerd de wekstof, Solanoeclepine A, zelf te synthetiseren. De stof komt in zulke lage concentraties voor in de aardappelplant, dat deze niet gewoon uit de plant gewonnen kan worden. Daarom moet de stof gemaakt worden. Vermoedt wordt dat de stof kan worden geproduceerd uit twee uitgangstoffen. Deze uitgangsstoffen staan weergegeven in de volgende figuur. Ook hier zijn de koolstof- en bijbehorende waterstofatomen van de methylgroepen weggelaten. De aanduidingen voor de verschillende zijtakken zijn in deze tekst niet van belang en zullen ook niet verder worden uitgelegd.

Op het moment is men er in geslaagd fragment A te synthetiseren maar productie van fragment B is nog niet gelukt. Dit fragment heeft een vierring in zijn structuur waarvan de bindingen enorm onder spanning staan. Zo'n ringsysteem is nog niet eerder in natuurlijke stoffen aangetroffen. Tot nu toe is het niet gelukt een geschikt molecuul te maken waarin deze vierring aanwezig is.
terug naar de inhoud

De status van het onderzoek

Tot dus ver is men er nog niet in geslaagd om Solanoeclepine A te synthetiseren. Wel is men er in geslaagd een aantal stoffen te produceren die sterk op Solanoeclepine A lijken. Twee van de stoffen hebben in ieder geval een veelbelovende werking. Ze kunnen ook gebruikt worden om de slapende aaltjes te wekken. De structuur van deze verbindingen is hieronder gegeven (5). Ook hier zijn de koolstof- en bijbehorende waterstofatomen van de methylgroepen weggelaten.


Er moet echter eerst nog worden gekeken welke van deze twee wekstoffen het meest actief is. Deze stof zal bovendien eenvoudig en goedkoop te produceren moeten zijn. Het lijkt er dus op dat de aardappelboeren zich in de nabije toekomst geen zorgen meer hoeven te maken over aardappelmoeheid dankzij de inzet van de chemici.
terug naar de inhoud

Referenties

  1. A. Mulder en H. Brinkman, Aardappelcystenaaltjes, Aardappelziektenboek, Aardappelwereld BV, Den Haag
  2. N. Beintema, Aardappelaaltje gefopt, Natuur en Techniek, 9-4-2001
  3. Dr. H. Hiemstra, CW-voortzettingsaanvraag voor toegepast technisch scheikundig onderzoek, Laboratory of Organic Chemistry, Institute of Molecular Studies, Faculteit der Scheikunde, Universiteit van Amsterdam, 1999
  4. Dr. H. Hiemstra, SON/STW-programma, Amsterdam Institute of Molecular Studies, Laboratory of Organic Chemistry, Faculteit der Scheikunde, Universiteit van Amsterdam, 1996
  5. Dr. J. Benningshof, Academisch Proefschrift: Studies towards the Total Synthesis of Solanoeclepin A: Synthesis of Analogues containing the Tetracyclic Left-Hand Substructure, Universiteit van Amsterdam, 2001

Vragen

  1. Waarom is het aardappelcystenaaltje een doorn in het oog van de aardappelboer?
  2. Waarom zou de aardappelplant Solanoeclepine A uitscheiden als dit de aaltjes wekt?
  3. Wat is het voordeel van het gebruik van Solanoeclepine A als bestrijdingsmiddel over gewone grondontsmettingsmiddelen?
  4. Hoe denk je dat het komt dat de op Solanoeclepine A gelijkende stoffen ook een wekkende functie hebben voor de aaltjes?
terug naar de inhoud