Op deze pagina's kan je lezen wat er gebeurt tijdens het
sluiten van een wond: litteken vorming en bloedstolling.
Inleiding
Je kent het wel, je snijdt je lelijk in de vingers en het
gaat bloeden. Als de wond niet al te diep is, is een
pleister voldoende om het bloeden te stelpen. Maar hoe kan
het, dat het bloeden ophoudt en er een korstje ontstaat? En
hoe verdwijnt dit korstje weer? En hoe is het mogelijk dat
sommige littekens verdwijnen, terwijl andere zichtbaar
blijven?
In deze tekst zal dit worden besproken aan de hand van
het model van de opbouw van de huid (zie ook docenten
handleiding) en het systeem van bloedstolling.
Om de bovenstaande vragen te beantwoorden, moeten we
eerst weten hoe de huid in elkaar zit.
terug naar
boven
De
Huid
De huid bestaat uit twee lagen: de opperhuid en de
lederhuid. De opperhuid bestaat uit verhoornd meerlagig
epitheel. De cellen van dit epitheel worden keratinocyten
genoemd, omdat in deze cellen keratine (hoornstof) wordt
gevormd. De keratinocyten worden gevormd aan het begin van
de opperhuid. Na verschillende delingen bewegen ze naar
boven en vervangen zo de versleten cellen aan de
oppervlakte. De cellen aan de bovenste laag van de opperhuid
zijn verhoornd. Dit betekent dat het oude cellen zijn die
geen celkern en organellen meer bevatten. Uiteindelijk
sterven ze af en schilveren ze af van het oppervlak van de
huid.
Uit de opperhuid groeien de haren, nagels, zweetklieren,
en talgklieren.
De lederhuid bestaat voornamelijk uit bindweefsel. Hierin
liggen de bloedvaten en afweercellen. Bindweefsel is
opgebouwd uit collageenvezels en elastine. Collageenvezels
zorgen voor de stevigheid van de huid, terwijl elastine
ervoor zorgt dat de huid soepel blijft. Onder de lederhuid
bevindt zich onderhuids vetweefsel.
terug naar
boven
Wat gebeurt er nu als je in je vinger
snijdt?
Het eerste wat je ziet is dat het gaat bloeden. Dit komt
doordat je een bloedvat hebt beschadigd. Daarna (als het
niet een al te grote snee is) gaat het bloed langzaam
stollen en vormt zich een korstje.
Wat er allereerst in de huid gebeurt na een verwonding,
is het voorkomen van meer bloedverlies. Tijdens deze stap
(hemostasis) wordt er een korstje gevormd. Hierna wordt de
wond schoongemaakt (ontsteking) door zogenaamde
ontstekingscellen (neutrofielen en macrofagen). De volgende
stap is de vorming van granulatieweefsel; wat een soort
reparatie weefsel is. Tijdens deze stap worden er ook nieuwe
bloedvaten aangelegd. De laatste stap is de vervanging van
het granulatieweefsel.
Hiervoor in de plaats komt een weefsel dat voornamelijk
bestaat uit collageenweefsels. Dit zorgt ervoor dat het
weefsel op de plaats van de wond minder elastisch is.
Hierdoor zie (en soms voel je het ook) je een litteken. Hoe
groter dus de wond was, hoe stugger de nieuwe huid zal zijn.
Bij een erg grote wond zal het litteken duidelijker
zichtbaar zijn.
terug naar
boven
Blijft een litteken voor altijd
zichtbaar?
Kleine wondjes zullen snel vervagen, maar littekens die
achterblijven na grote wonden hebben behandeling nodig. De
dermatoloog (huidarts) kan het litteken op verschillende
manieren behandelen: door druktherapie, siliconenpleisters,
bestraling of lasertherapie. Hoe de verschillende
therapieën werken is erg ingewikkeld. Er zijn namelijk
veel factoren zoals hormonen bij betrokken, wat de zaak
complex maakt. Enkele behandelingen worden zelfs door de
artsen nog niet helemaal begrepen.
terug naar
boven
Vragen 1:
- Waar bestaat bindweefsel uit?
- Welke cellen zorgen voor het schoonmaken van de
wond?
- Als je een wondje hebt gehad, hou je dan altijd een
litteken over?
Opdracht: Teken de opbouw van de
huid, zoals jij denkt dat deze er uit zal zien. Het hoeft
niet heel gedetailleerd, maar het mag schematisch.
terug naar
boven
Bloedstolling
Tijdens het vormen van het korstje stolt je bloed. Hoe
kan dit?
Je bloed is opgebouwd uit drie verschillende elementen:
rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen
(leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten). Rode
bloedcellen bevatten hemoglobine, een stofje wat zuurstof
kan binden. Deze cellen zorgen voor het vervoer van zuurstof
door het bloed. Witte bloedcellen spelen een rol bij de
bestrijding van infecties. Ze vallen binnengedrongen
bacteriën aan en bestrijden ze. Dit doen ze door de
bacterie in te sluiten (dit wordt fagocytose genoemd).
Sommige witte bloedcellen ruimen de resten van dode cellen
op. Er zijn ook witte bloedcellen die antistoffen tegen
ziekteverwekkers produceren. Deze cellen heten de
lymfocyten.

terug naar
boven
Bloedplaatjes zijn betrokken bij de bloedstolling. Als
het bloedvat beschadigd is, blijven bloedplaatjes aan de
wand plakken. De bloedplaatjes klonteren samen en gaan
kapot. Hierdoor komen er stoffen vrij uit de bloedplaatjes.
Deze chemische stoffen zorgen ervoor dat er
stollingsfactoren omgezet worden in fibrinogeen. Dit wordt
uiteindelijk omgezet in fibrine. Fibrine is een eiwit wat
een netwerk van draden vormt, waartussen bloedcellen blijven
hangen. Dit vormt een bloedstolsel. Er blijven bloedplaatjes
hechten en kapot gaan totdat de wond geheel is afgesloten.
Hierna trekken de fibrinedraden de randen van de wond
dichter bij elkaar. Het bloedserum (bloed zonder
fibrinogeen) wordt eruit geperst en de wond droogt in tot
een korstje.
Als er ergens in dit proces iets niet goed gaat, kan dit
ernstige gevolgen hebben. Bijvoorbeeld te veel stolling kan
ervoor zorgen dat een bloedvat afgesloten wordt. Dit kan een
hartaanval of een beroerte tot gevolg hebben.
Te weinig stolling daarentegen kan ervoor zorgen dat er
veel bloedverlies optreedt bij kleine wonden. Hemofilie is
een ziekte waarbij er te weinig stolling plaats vindt. Dit
komt doordat er een stollingsfactor in het bloed mist. Als
iemand met deze ziekte een klein wondje heeft, kan dit al
snel tot gevolg hebben dat er te veel bloedverlies
optreedt.
terug naar
boven
Vragen 2:
- Waaruit is het bloed opgebouwd?
- Waarom is het nodig dat de randen van de wond dichter
bij elkaar worden getrokken?
terug naar
boven
|