Inleiding          Deel_1           Vragen_1          Deel_2           Vragen_2           Bronnen          Vragenblad           Docentenhandleiding


Naar huis...

De kranten staan de laatste tijd bol van de artikelen over stamcellen. In het wetenschappelijk onderzoek gebeurt er dan ook veel rond deze cellen. Wat zijn stamcellen eigenlijk? Waarom is er zo'n ophef over?
Stamcellen zijn de enige cellen in het lichaam die zichzelf kunnen prolifereren (verdubbelen, dus groeien), maar zich ook tot elk celtype kunnen differentiëren (specialiseren, transformeren). Deze functie kan gebruikt worden om bijvoorbeeld hersen- of lever beschadiging weer aan te laten groeien.
Embryo's van een paar dagen oud bestaan helemaal uit stamcellen, de wetenschap wil dan ook menselijke embryo's gebruiken om deze cellen in handen te krijgen. Dit zorgt voor nogal wat tegenstand van mensen die vinden dat je menselijke embryo's, ook al bestaan ze maar uit een paar cellen niet mag gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Voor meer informatie kun je tekstbox 1 lezen.
Deze tekst gaat niet over die richting in stamcel onderzoek*. Stamcellen zijn namelijk ook in het beenmerg van de mens te vinden. Deze tekst zal jullie meenemen naar de "gewone" functie van de stamcel, hoe de wetenschap gebruik van hem maakt en hoe de stamcel zelfs in zijn gewone functie, levens redt.

naar boven

 


 

Deel_1
Stamcellen

De stamcellen van het bloed: de heamatopoietische progenitor cellen (heam=bloed, progenitor=voorloper) zijn gelokaliseerd in het beenmerg. Beenmerg bevindt zich in de holle ruimtes van botten, zoals ribben (zie figuur 1), bekken, schedel en borstbeen. Beenmerg is een netwerk van bot, bloedvaten, steuncellen (stromale cellen) en stam- en bloedcellen (figuur 2).

Figuur 1 Röntgen foto van ribben, ribs=ribben, marrow= merg
Figuur 2 Microscopische foto van beenmerg

In het beenmerg ontstaan dus nieuwe bloedcellen uit de stamcellen (figuur 3). Bloedcellen hebben een hoge "turn-over", dat wil zeggen dat ze niet heel erg lang in het bloed leven. Ze worden snel opgeruimd en het beenmerg zorgt dan weer voor nieuwe cellen. Er zijn veel verschillende bloedcellen in het bloed met alle hun eigen functie. Je rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof in je lichaam, zij transporteren zuurstof van je longen naar de weefsels. Bloedplaatjes zorgen voor bloedstolling, zonder bloedplaatjes kun je dus doodbloeden aan een klein wondje. De witte bloedcellen (leukocyten) vormen het immuun systeem, ze beschermen je tegen bacteriën en andere indringers van je lichaam. Je snelle afweer wordt verzorgd door een speciaal soort witte bloedcellen: de neutrofiele granulocyten. Zij vallen alles aan wat niet in je lichaam thuishoort en dus "lichaamsvreemd" is. De turn-over van deze cellen is heel snel, als ze niet aangemaakt zouden worden door je beenmerg zouden ze heel snel uit je bloed verdwijnen. T- en B Lymfocyten zorgen voor de specifieke afweer van je lichaam. Alle indringers die ooit zijn opgeruimd uit je lichaam onthouden en elimineren ze, deze cellen hebben een veel lagere turn-over.

Figuur 3 Schematische weergave van bloedvorming

Dit is het einde van deel 1. Het is belangrijk voor het verdere begrip van deze tekst dat je de volgende vragen goed begrijpt en beantwoort. Als je iets niet weet dan kun je het aan de docent vragen, hij of zij heeft de antwoorden. Om de vragen makkelijk te beantwoorden kun je het vragenblad uitprinten.

naar boven


Vragen_1 :

  1. Waar staat de T in T-lymfocyten en de B in B lymfocyten voor?

     

  2. Waarom is het belangrijk voor de functie van T- en B cellen dat zij een lage turn-over hebben?

     

  3. Wat is er zo speciaal aan stamcellen?

     

  4. Wat gebeurt er als mensen een hersenbloeding hebben gehad? Waarom is dit letsel blijvend? Hoe zou je stamcellen kunnen gebruiken om deze patiënten te helpen?

     

  5. Als je naar de schematische weergave van bloedvorming kijkt (figuur 3), welke cellen zijn dan meer verwant: granulocyten en bloedplaatjes, of bloedplaatjes en rode bloedcellen? Waarom?

    naar boven

     


     

    Deel_2
    Kanker
    Kanker is een verzamelnaam voor verschillende ziektebeelden die allemaal hetzelfde kenmerk hebben: lichaamseigen cellen die zich ongeremd delen**. Uit alle cellen in je lichaam kan een kanker ontstaan, bot, hersenen, borsten, bloed etc. De medicijnen en therapieën die tot nu toe gevonden zijn om kanker te bestrijden zijn erg rigoureus en vooral aspecifiek. Dit betekent dat niet alleen de kanker aangepakt wordt maar ook gezonde cellen kunnen sterven. Vooral chemotherapie is een methode waardoor ook gezonde weefsels kunnen afsterven. Je lever en je longen bijvoorbeeld kunnen geen hoge chemokuur dosis aan, deze vitale organen bepalen dan ook mede het maximum dosis chemokuur die aan een patiënt gegeven kan worden. Chemotherapie pakt vooral de sneldelende cellen aan, dit zijn dus de kankercellen. In je lichaam zijn er nog meer cellen die zich snel delen, de al eerder besproken heamatopoietische progenitor cellen bijvoorbeeld. Zij zijn in het beenmerg bezig zich voortdurend te vermenigvuldigen om je lichaam van nieuwe bloedcellen te voorzien.

     

    Na een chemo-kuur is er niets meer van de stamcellen over. Dit betekent dus ook dat de cellen verantwoordelijk voor zuurstoftransport (de rode bloedcellen), je bloedstolling (de bloedplaatjes) en je afweer (de witte bloedcellen) niet meer aangemaakt kunnen worden. Deze zullen dus langzaam uit je bloed verdwijnen. Vooral de al eerder besproken neutrofiele granulocyten verdwijnen zonder nieuwe aanmaak erg snel uit het bloed. Zodra dit het geval is, is de patiënt heel erg gevoelig voor infecties van bacteriën ed. De dosis van de chemo-kuur hangt daarom ook nauw samen met de hoeveelheid neutrofielen die tijdens de kuur in het bloed aanwezig zijn.

     

    Omdat chemo-kuur toch een goede manier is om de kanker uit je lichaam te verwijderen heeft de medische wetenschap iets gevonden om het beenmerg te herstellen: stamceltransplantatie (figuur 4).

    Figuur 4 Schematische weergave van stamceltransplantatie
    Voordat de chemotherapie aan de patiënt gegeven wordt, worden de stamcellen uit het beenmerg gejaagd door de patiënt Granulocyt Colony Stimulating Growth Factor (GCSCF) toe te dienen. Dit proces heet mobilisatie. Na de mobilisatie worden de stamcellen "geoogst" uit de perifere bloedcirculatie (er wordt bloed afgenomen). Uit dit bloed worden de stamcellen gehaald (geïsoleerd). De geïsoleerde cellen worden buiten het lichaam bewaard (ingevroren). Na de therapie, als alle chemische stoffen uit het bloed verdwenen zijn, worden de cellen teruggespoten in het bloed.

     

    De selectie, bewaar-en teruggeef-procedure moet heel erg steriel (schoon) gebeuren, als dit niet gebeurt kun je bacteriën of andere gevaarlijke organismen in de bloedbaan van de patiënt brengen. De toch al verzwakte patiënten zullen deze infectie niet meer kunnen opruimen en daardoor kunnen sterven.

     

    Homing
    De stamcellen zijn dus nu weer in de bloedbaan. Door een proces dat in de wetenschap "homing" genoemd wordt, vinden de cellen hun eigen weg terug naar het beenmerg. Ze nestelen zich weer tussen de stromale cellen en beginnen hun werk als bloed-aanmaker weer. Homing is een interessant proces waarvan de huidige wetenschap nog niet weet hoe het werkt. De stamcel "voelt" namelijk eigenhandig waar er zich beenmerg bevindt (niet alle componenten van het beenmerg zijn namelijk afgestorven door de chemotherapie). De stamcel treedt op de plaatsen waar het beenmerg "voelt" uit de bloedbaan en nestelt zich weer op zijn plekje.

     

    Dit proces gaat in 3 stappen: eerst voelt de cel dat het beenmerg in de buurt is doordat er stoffen op de oppervlakte van de endotheelcel (bloedvatwandcel) zitten die specifiek zijn voor het beenmerg, de cel blijft aan deze moleculen hangen "rolt" een beetje en blijft plakken "firm adhesion". Vervolgens scant hij de bloedvatcellen door een beetje heen en weer te kruipen en kruipt hij uiteindelijk tussen de endotheelcellen door naar de beenmerg stromacellen (transmigratie), figuur 5.

     

    Figuur 5 Schematisch overzicht van “homing”

    Figuur 6 Dit is eigenlijk een cartoon over transmigrerende T- en B lymfocyten in het lymfesysteem, maar het proces van transmigrerende stamcellen gebeurt ongeveer hetzelfde.

     

    In figuur 6 zie je een schematische cartoon van dit proces. De moleculen op de buitenkant van de cel, hier schematisch groot weergegeven, blijven hangen aan receptoren op de endotheelcellen, de cel rolt en stopt. Hierna transmigreert hij tussen de endotheelcellen door naar het beenmerg stroma.

     

    Patiënten die behandeld worden voor kanker zijn er nu nog niet, het duurt ongeveer 3 weken voordat het beenmerg hersteld is en de stamcellen weer volop aan het werk zijn. Tot die tijd moet de patiënt beschermd worden van infecties en wordt hij vaak in een steriele ruimte verpleegd.

     

    De hierboven besproken transplantatie is een autologe perifere stamceltransplantatie (auto=zelf, perifeer slaat op bloedstroom), de patiënt krijgt zijn eigen stamcellen terug die geoogst zijn uit het bloed. Tijdens de chemokuur kunnen de patiënten ook geholpen worden met een andere transplantatie. Omdat het aantal bloedcellen snel afneemt door het gebrek aan stamcellen, wordt tijdens een chemokuur nauwlettend de bloedcel concentratie in de gaten gehouden. Mocht het nodig zijn dan kan tijdens de chemokuur een transplantatie van rode bloedcellen of bloedplaatjes de concentratie van deze cellen iets opkrikken. Deze transplantaties worden allogeen genoemd, dit betekent dat de bloedcellen afkomstig zijn van een donor. Het is weinig effectief om een transplantatie met neutrofiele granulocyten te doen omdat de levensduur van deze cellen zo kort is. Door de afname van deze cellen is de patiënt wel ontzettend gevoelig voor infecties. Als de concentratie van de neutrofiele granulocyten onder een bepaalde waarde komt zal de chemokuur niet veilig meer gegeven kunnen worden.

     

    De mobilisatie van de stamcellen uit het beenmerg in het perifere bloed (het bloed wat afgenomen kan worden uit oppervlakkige structuren zoals je arm) is niet altijd succesvol. Bij sommige patiënten slaat de GSCF behandeling niet aan. Er zijn dan zo weinig stamcellen het bloed in gegaan dat een transplantatie niet zal werken. Er is dan een alternatief: de autologe beenmergtransplantatie. Bij deze transplantatie wordt er met een dikke naald door het bot heen, beenmerg afgenomen van de patiënt, verder werkt het hetzelfde als de perifere stamceltransplantatie. De afname van het beenmerg is echter een hele vervelende procedure voor de patiënt, maar soms dus noodzakelijk.

     

    Bij sommige soorten kanker wordt over gegaan op een allogene perifere stamceltransplantatie. De stamcellen zullen dan dus afkomstig zijn van een donor, deze donor is meestal een broer of zus van de patiënt.

     

    Op het moment wordt er druk onderzoek gedaan naar het proces homing. Het uiteindelijke doel van het onderzoek is het versnellen van homing, waardoor de patiënt sneller herstelt van de transplantatie. Om dit doel te bereiken moeten we eerst volledig begrijpen wat er gebeurt tijdens homing, welke moleculen er invloed op hebben en hoe we op het proces kunnen ingrijpen. Een molecuul is heel belangrijk voor homing: SDF-1 (Stromal Derived Factor-1), dit molecuul (een chemoattractant, klein molecuul dat cellen aantrekt) wordt geproduceerd door de stromale cellen in het beenmerg. De stamcel heeft de receptor voor SDF-1, de CXCR-4 receptor op zijn membraan zitten. Maar wat er nu precies gebeurt weet niemand, knock-out muismodellen zonder SDF-1 of CXCR4 hebben laten zien dat er geen homing plaats vind zonder 1 van de 2 moleculen. Maar welke mechanismen ervoor zorgen dat de cel gaat rollen, de cel de ruimte tussen twee endotheel cellen vindt en de cel daadwerkelijk transmigreert zijn nog ter discussie of onbekend.

     

    Dit is het einde van deel 2, maak nu de vragen.

    naar boven

     


     

    Vragen_2:

    1. Bij welk soort kanker zal er overgegaan worden op een allogene transplantatie in plaats van een autogene?

       

    2. Waarom is bij een allogene transplantatie eerder een zus of broer van de patiënt een geschikte donor dan een van de ouders?

       

    3. Waarom is een chemokuur schadelijk voor het immuunsysteem?

       

    4. Zoek een artikel in de krant of op internet over embryostamcel onderzoek (kijk bij krantenwebsites, bv www.volkskrant.nl). Wat vind jij ervan? Vind jij het ethisch verantwoord dat mensen embryo's voor dit onderzoek gebruikt worden? Waarom wel/niet? Beargumenteer je antwoord en bewaar het artikel.

       

      *Meer informatie over dat stamcelonderzoek kun je vrijwel op elke kranten-website vinden.
      **Voor uitleg over het begrip kanker lees de onderbouwtekst: Lichaamseigen cel ontspoort….. van José van Gelderen.

      naar boven


       


       

      Bronnen:

      www.bloedziekten.nl/versie_nl/index1a.htm
      www.geocities.com/CapeCanaveral/Hangar/1962/page3.html
      http://www.nki.nl/patinfo/pstamctr.htm
      http://www.azvu.nl/hema/infoallogeen1.html

      naar boven

       


       

      Vragenblad

      Vragen bij deel 1:
      1. Waar staat de T in T-lymfocyten en de B in B lymfocyten voor?

         

      2. Waarom is het belangrijk voor de functie van T- en B cellen dat zij een lage turn-over hebben?

         

      3. Wat is er zo speciaal aan stamcellen?

         

      4. Wat gebeurt er als mensen een hersenbloeding hebben gehad? Waarom is dit letsel blijvend? Hoe zou je stamcellen kunnen gebruiken om deze patiënten te helpen?

         

      5. Als je naar de schematische weergave van bloedvorming kijkt (figuur 3), welke cellen zijn dan meer verwant: granulocyten en bloedplaatjes, of bloedplaatjes en rode bloedcellen? Waarom?

         

        Vragen bij deel 2

      6. Bij welk soort kanker zal er overgegaan worden op een allogene transplantatie in plaats van een autogene?

         

      7. Waarom is bij een allogene transplantatie eerder een zus of broer van de patiënt een geschikte donor dan een van de ouders?

         

      8. Waarom is een chemokuur schadelijk voor het immuunsysteem?

         

      9. Zoek een artikel in de krant of op internet over embryostamcel onderzoek (kijk bij krantenwebsites, bv www.volkskrant.nl). Wat vind jij ervan? Vind jij het ethisch verantwoord dat mensen embryo's voor dit onderzoek gebruikt worden? Waarom wel/niet? Beargumenteer je antwoord en bewaar het artikel.

        naar boven

         


         

        Docentenhandleiding


        Het onderwerp van deze tekst is erg actueel, de wetenschapsbijlagen van de kranten staan er mee vol: stamcelonderzoek. Deze tekst gaat over het deel van stamcelonderzoek waarover je vrijwel nooit in de krant leest. Leerlingen hebben er toch onbewust mee te maken. Vrijwel iedereen die behandeld wordt voor kanker met een chemokuur krijgt een stamcel transplantatie. Deze tekst gaat over de reden van de transplantatie en over hoe het precies werkt.

         

        Doordat leerlingen in aanraking met kanker en de behandeling ervan kunnen komen zijn er misschien praktijkverhalen uit de klas. Niet alle leerlingen zullen dit willen delen, maar een discussie na deze tekst kan geen kwaad. Op die manier wordt de inhoud van deze tekst ook een stuk visueler voor de leerling.

         

        Op de webpagina's van het nieuws via (www.omroep.nl) en vrijwel alle kranten is heel veel informatie te vinden over stamcel onderzoek van embryo's. Ook de ethische kwesties daarover, die op zich niets met deze tekst te maken hebben kunnen discussies mooie discussies opleveren.

         

        Op de webpagina van het ziekenhuizen (zoals enkele al genoemd zijn) is praktijk informatie voor patiënten te verkrijgen. De stamcel transplantatie wordt op die pagina's expliciet en uitgebreid uitgelegd.

         

        Antwoorden op de vragen:

        Deel 1:
        1. Waar staan de T- en de B in T en B lymfocyten voor?
          De T voor Thymus en de B voor Beenmerg.
        2. Waarom is het belangrijk voor de functie van T- en B cellen dat zij een lage turn-over hebben?
          Het zijn cellen die infecties "onthouden", als de cellen snel uit het bloed zouden verdwijnen kan je ook niet meer immuun worden voor bepaalde ziektes.
        3. Wat is er zo speciaal aan stamcellen?
          Het zijn cellen die zich kunnen delen (prolifereren), maar zich ook kunnen specialiseren.
        4. Wat gebeurt er als mensen een hersenbloeding hebben gehad? Waarom is dit letsel blijvend? Hoe zou je stamcellen kunnen gebruiken om deze patiënten te helpen?
          • De bloedtoevoer, naar of in de hersenen wordt tijdelijk afgesloten door een bloedprop. Hierdoor krijgt een deel van de hersencellen geen zuurstof meer en sterft daardoor af.
          • De cellen zijn dood en hersencellen kunnen zich niet prolifereren, je moet het doen met de hoeveelheid die je bij je geboorte hebt gekregen.
          • Stamcellen die zich nog kunnen specialiseren in hersencellen kun je in de hersenen plaatsen om zo de afgestorven stukjes weer aan te laten groeien.
        5. Als je naar de schematische weergave van bloedvorming kijkt (figuur 3), welke cellen zijn dan meer verwant: granulocyten en bloedplaatjes, of bloedplaatjes en rode bloedcellen? Waarom?
          Bloedplaatjes en rode bloedcellen. Ze hebben dezelfde voorlopercel. De granulocyten zijn meer verwant met andere witte bloedcellen zoals T- en B cellen. (bloedplaatjes en rode bloedcellen ontstaan uit de myeline lijn, witte cellen uit de lymfoide lijn)

           

          Deel 2
          Bij welk soort kanker zal er overgegaan worden op een allogene transplantatie in plaats van een autogene?
          Bloedkanker (leukemie), omdat dan de bloedcellen juist niet goed zijn wil je niet een autogene transplantatie doen. Bij deze kanker heb je dus een donor nodig.
        6. Waarom is bij een allogene transplantatie eerder een zus of broer van de patiënt een geschikte donor dan een van de ouders?
          De vader en moeder hebben maar de helft van de genen gemeen met hun kind. Een broer of zus heeft net als de patiënt ook van beide ouders een set genen gehad, de kans op dezelfde genen is dus veel hoger. Waarom is een chemokuur schadelijk voor het immuunsysteem?
          Een chemokuur zorgt voor het afsterven van de stamcellen. Zonder deze cellen kan het immuunsysteem niet meer opgebouwd worden. De hoge turn-over van het immuunsysteem zorgt er dan voor dat het immuunsysteem verdwijnt.
          Zoek een artikel in de krant of op internet over embryostamcel onderzoek (kijk bij kranten-websites, bv www.volkskrant.nl). Wat vind jij ervan? Vind jij het ethisch verantwoord dat mensen embryo's voor dit onderzoek gebruikt worden? Waarom wel/niet? Beargumenteer je antwoord en bewaar het artikel.
          Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het artikel wat de leerlingen gevonden hebben. Zijn er veel verschillende meningen in de klas? Zijn er veel verschillende artikelen? Er kan over deze kwestie goed gediscussieerd worden.

          naar boven

           


           

          Voor vragen mail: José van Gelderen