Docentenhandleiding

 

Beste docent,

Dit is de docenten handleiding behorende bij de tekst " Veranderende tomatenplanten…..?". De tekst is geschreven voor bovenbouwleerlingen en kan gebruikt worden als illustratie bij de reguliere lessen. De tijd die ervoor nodig is om de tekst te behandelen wordt geschat op 2 lesuren.

De tekst is gebaseerd op informatie die ik opgedaan heb tijdens mijn stage (Feb.'00-feb.'01) bij de vakgroep Phytopathology, onderdeel van het SILS, aan de UVA. Deze vakgroep werkt aan de resistentie van tomatenplanten en aan de avirulentie (als Fusarium de tomatenplant niet ziek kan maken) van Fusarium.

De informatie is sterk vereenvoudigd en aangevuld met elementen uit de evolutietheorie. Deze tekst is geschikt om te gebruiken in de klas als aanvulling op de evolutietheorie uit het boek. De leerlingen zullen zo een bredere kijk krijgen op de evolutietheorie en een idee krijgen hoe biotechnologie invloed kan gaan hebben op zoiets gewoons als de tomatenplant.

 

Antwoorden op de vragen:

  1. De ziekteverwekker is een schimmel.
  2. De ziekteverwekker kan via de wortels de tomatenplant binnendringen. Aanvullende informatie: het blijkt dat de ziekteverwekker de tomatenplant binnendringt als deze wondjes heeft in de wortels. Dit kan voorkomen als de wortels beschadigd zijn maar ook als een zijwortel gevormd wordt in een van de worteltakken. Op de plek waar een zijwortel naar buiten gaat groeien ontstaat een tijdelijk wondje en hierdoor kan de ziekteverwekker naar binnendringen.
  3. Vatbare tomatenplanten die geïnfecteerd raken met Fusarium krijgen de verwelkingsziekte. Deze tomatenplanten sterven af en zullen geen tomaten meer produceren. Door de grote schaal waarop Fusarium tomatenplanten ziek kan maken kan de productie van tomaten in het gedrang komen. Dit kan landelijk en mondiaal grote schadeposten opleveren.
  4. Elk eiland heeft een andere omgeving en de vinken hebben zich in de loop van de tijd aangepast aan hun omgeving. Een voorbeeld hiervan is dat de grootte van de snavels van de vinken afhankelijk is van het soort voedsel dat op het eiland te vinden is. Zo blijkt dat vinken die leven op een eiland waar veel zaden in harde omhulsels te vinden zijn, grotere en sterkere snavels hebben dan de vinken die leven op een eiland waar voldoende zacht voedsel te vinden is. De vinken die leven op het laatst genoemde eiland hebben zo'n grote, sterke snavel niet nodig en hebben hem dus ook niet ontwikkeld.
  5. Als de tomatenplant zich aanpast aan zijn omgeving dan heeft hij meer kans dat hij overleeft en nakomelingen kan produceren. Iedere soort is erop gericht om te overleven en zoveel mogelijk nakomelingen te produceren.

 

Ik hoop dat u veel plezier heeft van deze tekst,

 

Met vriendelijke groet van Joëlle Kessels,

Student Biologie aan de UVA, 22 maart 2001