Zaadverspreiding
Ga meteen naar:
Wanneer planten bloeien, doen ze dat omdat ze voor
nageslacht moeten zorgen. Tijdens de bloei kan het genetisch materiaal
van de planten worden gecombineerd met dat van soortgenoten. Er worden
zaden gemaakt, die op een andere plek dan waar de ‘moeder’plant staat nageslacht
moet opleveren. Omdat planten over het algemeen niet van hun plek kunnen
komen, is het interessant te bestuderen welke aanpassingen er bij de zaden
van planten bestaan. Die aanpassingen zorgen er namelijk voor dat de zaden
een kans hebben om op een gunstige plek tot kieming te komen. Als de zaadverspreiding
niet deugt, heeft een soort maar weinig kans om te overleven. In deze tekst
worden een aantal veelvoorkomende aanpassingen van planten(zaden) besproken.
Ter land, ter zee en in de lucht: zaden komen
overal
Zaden kunnen zich niet zelfstandig verplaatsen.
Ze maken daarom gebruik van – zo betrouwbaar mogelijke – hulpmiddelen om
op andere plekken terecht te komen. We onderscheiden verschillende vormen
van verspreiding en voor deze vormen zijn mooie, op Latijn gebaseerde,
namen bedacht. In tabel 1 zie je de meest voorkomende vormen en hun naamgeving.
Er zijn nog veel meer mogelijkheden maar die worden hier niet behandeld.
| verspreiding door |
naam |
| wind |
anemochorie |
| water |
hydrochorie |
| dieren |
zoöchorie |
De hoofdvormen van zaadverspreiding komen op heel
veel verschillende manieren tot uiting. Zo is verspreiding door dieren
nog op te delen in verspreiding door voor een bepaalde tijd aan de vacht
van een dier te hechten, door opgegeten te worden en op een andere plek
weer te worden uitgepoept, sommige zaden worden speciaal door mieren meegenomen
en weer andere zaden worden door eekhoorns verzameld die ze soms vergeten
op te eten zodat ze tot kieming kunnen komen. Van de vormen van zaadverspreiding
die in tabel 1 staan, dus door wind, water en dieren volgen nu voorbeelden
met uitleg.
Zaadverspreiding door wind: anemochorie
|
omhoog |
Als de wind de zaden verspreidt moeten die daar goed
op zijn aangepast. Ze moeten licht zijn, de wind moet er goed vat op kunnen
krijgen en omdat er bij windverspreiding nogal wat zaden verloren gaan
moeten de zaden makkelijk zijn te produceren. Er zijn verschillende groepen
zaden te onderscheiden, die allemaal anemochorisch, door de wind verspreid,
zijn.
Stofzaden
Stofzaden zijn zo klein en zo licht dat ze als
het ware door de lucht zweven. Het nadeel van zulke kleine zaden is dat
er erg weinig voedsel in kan worden opgeslagen, en dat de zaden dus min
of meer op de omgeving waar ze terecht komen, zijn aangewezen. Daarentegen
kunnen er soms enkele duizenden stofzaden tegelijk worden losgelaten omdat
de productie ervan niet veel energie vergt.
Ballonzaden
Ballonzaden bevatten luchtholtes, waardoor het
oppervlak van de zaden vrij groot is, terwijl het gewicht laag blijft.
De wind kan dus veel greep krijgen op de zaden terwijl ze niet meteen neerstorten.
Geveerde zaden
Sommige zaden zijn bedekt met haartjes of pluimpjes,
ook weer zodat de wind er meer greep op kan krijgen. Het nadeel van deze
aanpassingen is dat wanneer ze nat worden (bijvoorbeeld door regen) ze
erg veel water vast kunnen houden en zwaar worden. De pluimpjes kunnen
dan samenkleven en de zaden verliezen dan het voordeel dat ze hadden bij
droog weer.
Gevleugelde zaden
Vleugels, bijvoorbeeld die van de bekende propellortjes,
vergroten het draagvlak van meestal wat zwaardere zaden. Die kunnen dan
wat langer in de lucht blijven en door een windvlaag enkele meters verder
van de ouderplant worden gevoerd dan mogelijk zou zijn zonder vleugels,
wanneer ze min of meer recht naar beneden zouden vallen.
Rollers
Uit western-films ken je ze misschien wel: de
steppenrollers. Het gaat hier vaak om (dlen van) planten die na de bloei
en vorming van zaden zijn afgestorven, afgebroken en door de wind voortgeblazen
over de grond rollen. Elke keer wanneer de plant ergens de grond raakt,
laat deze zaden vallen. Op deze manier kunnen sommige rollers behoorlijke
afstanden afleggen. Ook in Nederland komen rollers voor, bijvoorbeeld Zeeraket
(Cakile maritima)
Ballistiek
Bij sommige planten worden de zaden niet zozeer
door de wind, maar wel dóór de lucht verspreid. De zaden
worden dan door de plant ‘weggeslingerd’ en worden soms door de wind nog
een stukje verder verplaatst. De planten die er deze manier van zaadverspreiding
op nahouden noemen we windstrooiers.
Zaadverspreiding door water:
hydrochorie
|
omhoog |
Wanneer een plant zijn zaden door water laat verspreiden,
zijn daar ook speciale aanpassingen voor nodig. Soms drijven zaden (bijvoorbeeld
kokosnoten) lange tijd in zeewater, voordat ze ergens aanspoelen waar ze
kunnen kiemen. Het is dan noodzakelijk dat ze zo gebouwd zijn dat ze blijven
drijven en dat ze niet verrotten. Wanneer zaden door het water worden verplaatst
(door rivieren, beekjes en zeeën) noemen we de verspreidingsvorm nautochorie.
Het kan ook nog zijn dat regenwater voor de verspreiding zorgt, door zaden
min of meer uit de plant te spoelen. Die vorm noemen we ombrochorie.
Net als bij windverspreiding (anemochorie) zijn
gewicht en volume bij drijvende zaden erg belangrijk. Te zwaar zijn betekent
snel zinken, te klein zijn betekent niet lang kunnen overleven. Vaak bezitten
zaden waterafstotende weefsels en luchtholtes tussen de verschillende lagen.
Soms zijn er weefsels waar luchtbellen worden ingesloten, om het drijfvermogen
te vergroten.
In het water terechtkomen is vaak niet het grootste
probleem. Planten die een hydrochorische zaadverspreiding hebben groeien
vaak dicht bij het water, en bovendien stroomt regenwater meestal naar
een beek of rivier, zodat zaden die mee worden gespoeld vanzelf op de goede
plek terecht komen. Het probleem is echter vaak hoe het zaad na een te
tijd te zijn vervoerd, weer uit het water komt. Om dit te vergemakkelijken
hebben nautochorische zaden vaak haakjes, zodat ze wat langer aan een ondergrond
vast kunnen blijven zitten of zodat ze aan de poten van bijvoorbeeld watervogels
kunnen kleven en zo weer op het land terecht kunnen komen.
Zaadverspreiding door dieren:
zoochorie
|
omhoog |
Zoals reeds is gezegd zijn er vele mogelijkheden
waarin zaadverspreiding door dieren is gerealiseerd. Een mooi voorbeeld
van epizoöchorie, verspreiding via de buitenkant (vacht) van dieren,
is het bekende Kleefkruid (Galium aparine). Deze
plant en diens zaden blijven hardnekkig aan je kleren en in je haar hangen
wanneer je ermee in aanraking komt. Wanneer je van dichtbij kijkt kun je
zien dat over de hele plant en de zaden kleine haartjes met weerhaakjes
voorkomen. Deze ‘kleven’, ze hechten zich vast in de vezels van je kleding.
De inwendige dierlijke verspreiding, endozoöchorie
genaamd, slaat op de verspreidingsvormen waarbij zaden of grotere plantendelen,
bijvoorbeeld vruchten, door dieren worden opgegeten. De zaden moeten bij
deze verspreidingsvorm erg stevig zijn en bestand zijn tegen de verterende,
zure maag- en darmsappen. Wanneer zaden deze gang echter overleven hebben
ze wel een gratis lift gekregen naar een gegarandeerd voedselrijke plek
(de uitwerpselen van het dier). Sommige dieren zijn zelfs zo attent deze
uitwerpselen te begraven, waarmee de zaden meteen een stukje onder de grond
terecht zijn gekomen. Planten waarbij de zaden door dieren moeten worden
opgenomen, adverteren vaak met grote, opvallend gekleurde en soms geurende
vruchten. Dieren komen op deze vruchten af, die naast de zaden veel gezond
voedsel bevatten, en worden op deze manier beloond. De ‘lift’ is dus ook
weer niet helemaal gratis.
omhoog
Vragen/opdrachten en opmerkingen
voor de docent
1. Zaden die door mieren worden verspreid
hebben nog een interessante aanpassing: het mierenbroodje. Bekijk het zaad
van de Stinkende gouwe (Chelidonium majus).
a) maak een tekening en geef aan wat het zaad
en wat het mierenbroodje is.
b) het is duidelijk dat het mierenbroodje als
voedsel voor de hardwerkende mier dient. Kun je erachter komen wat voor
voedsel dit zogenaamd elaisoom bevat?
2. Bekijk het zaad van de Cocospalm (Cocos
nucifera).
a) welke verspreidingsvorm wordt door de Cocospalm
gebruikt?
b) Geef in een overzichtstekening aan waar de
verschillende lagen van het zaad voor dienen.
3. Onder een binoculair kun je mooi de
zaden van de Watergentiaan (Nymphoides peltata)
bekijken. Doe ze in een petrisschaaltje met een beetje water. Welke aanpassingen
aan de verspreidingsvorm kun je ontdekken?
Discussievragen:
-
Wat is het effect van de indijking van rivieren op
de verspreiding van nautochorische zaden?
-
Wat zijn voor- en nadelen van zaden over een grote
afstand verspreiden?
omhoog
Opmerkingen/aanvullingen
Ook leuk om te bekijken:
Reigersbek (autochorie), Esdoorn of Spar (anemochorie),
Appel of Druif (endozoöchorie), en er zijn nog talloze varianten te
verzinnen.
Literatuur om te gebruiken:
-
Weeda, E.J., Westra, R., Westra, Ch. en Westra, T.,
1985. Nederlandse oecologische flora. Deel I-V. (er is kort geleden ook
een nieuwe druk verschenen)
-
Beijerinck, W., 1947. Zadenatlas der Nederlandse
flora. H. Veenman & Zonen, Wageningen.
omhoog |