Deze tekst is bedoeld voor leerlingen van de bovenbouw

 

 Hypercholesterolemie

(een verhoogd cholesterolgehalte)

 

 

 

 Door Vyjantie Soekhoe

 

 

 

 Inhoudsopgave

 

 

 

 

Inleiding

Hart- en vaatziekten zijn in de meeste westerse landen doodsoorzaak nummer 1. Beide aandoeningen worden in de meeste gevallen veroorzaakt door de afsluiting van een bloedvat als gevolg van aderverkalking of trombose. Aderverkalking kan op verschillende manieren ontstaan. In deze tekst wordt de belangrijkste oorzaak (hypercholesterolemie) nader besproken.

naar boven

 

 

 

 

Cholesterol

De vetachtige cholesterol functioneert in ons lichaam als bouwsteen voor lichaamscellen en hormonen en wordt via ons bloed naar alle delen van het lichaam vervoerd. Vijfentachtig procent van al de benodigde cholesterol wordt aangemaakt in de lever en de rest komt via voeding ons lichaam binnen. Bij gezonde mensen maakt de lever voldoende cholesterol zodat het lichaam goed kan functioneren. Wanneer het bloed veel overtollige cholesterol bevat bestaat er een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Men spreekt van hypercholesterolemie wanneer een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed wordt geconstateerd.

naar boven

 

 

 

 

LDL- en HDL-eiwitten

Cholesterol kan niet oplossen in bloed. Om transport van cholesterol door het bloed mogelijk te maken wordt cholesterol aan LDL- en HDL-eiwitten gekoppeld. De LDL-eiwitten vervoeren cholesterol vanuit de lever naar alle delen van het lichaam en worden voor het gemak LDL-cholesterol genoemd.

HDL-eiwitten (HDL-cholesterol) vervoeren het teveel aan cholesterol terug naar de lever. De teruggevoerde cholesterol wordt dan naar de darmen gebracht, waar het via de ontlasting het lichaam verlaat. Bij een heel hoge cholesterolgehalte zijn de HDL-eiwitten niet in staat al de overbodige cholesterol af te voeren.

Figuur 1 Aderverkalking

 

naar boven

 

 

 

 

Hart- en herseninfarct

Gezonde slagaders hebben een gladde wand. Bij beschadiging van deze wanden kan de door de LDL-eiwitten aangevoerde cholesterol gemakkelijk blijven plakken. Op lange termijn kunnen er twee situaties optreden:

  1. De doorsnede van het bloedvat wordt steeds kleiner (zie fig.1), waardoor er steeds minder en uiteindelijk geen bloed meer door het bloedvat kan stromen. We spreken hier van aderverkalking. Het gevolg van aderverkalking kan bijvoorbeeld een hartinfarct zijn (zie fig.2). Bij een hartinfarct sterft een deel van het hart af, waardoor het hart niet normaal kan functioneren en de patiënt lichamelijk erg verzwakt wordt.
  2. Als gevolg van trombose vormen zich bloedpropjes in ons lichaam. Deze bloedpropjes kunnen de al de door aderverkalking vernauwde slagaders verstoppen (zie fig.3). Als het bloedpropje niet wordt verwijderd, vindt er geen bloedtoevoer meer plaats naar een bepaald deel van ons lichaam. Een herseninfarct kan hiervan het gevolg zijn. Bij een herseninfarct (zie fig.4) sterven de hersenencellen af, waarbij belangrijke lichaamsfuncties verloren gaan (b.v. zien, praten, lopen).

Zowel een hartinfarct als een herseninfarct kan een dodelijke afloop hebben. Hoe groter het afgestorven gebied, hoe groter de kans op een fatale afloop.

 

Figuur 3

 

  afgestorven gebied

vernauwde slagader

Figuur 4

naar boven 

 

 

 

 

Oorzaken hypercholesterolemie

Hypercholesterolemie kan worden veroorzaakt door:

  1. Het eten van veel verzadigd vet
  2. Het eten van veel cholesterolrijke voedingsmiddelen
  3. Een te hoog lichaamsgewicht
  4. Erfelijke aanleg (Familiaire hypercholesterolemie)
  5. Andere oorzaken: traag werkende schildklier, diabetes mellitus (suikerziekte), gebruik van bepaalde medicijnen

De oorzaken van een verhoogd cholesterolgehalte zouden in principe in 2 grote groepen verdeeld kunnen worden n.l.:

Groep A: Hypercholesterolemie veroorzaakt door de patiënt zelf (punten 1, 2 en 3)

Groep B: Hypercholesterolemie veroorzaakt door het lichaam (punten 4 en 5)

 

naar boven

 

 

 

 

Groep A Hypercholesterolemie veroorzaakt door de patiënt

Verzadigd vet wordt door de lever omgezet in cholesterol. Bij inname van veel verzadigd vet maakt de lever meer cholesterol dan het lichaam normaal nodig heeft. Hierdoor treedt hypercholesterolemie op. Door consumptie van cholesterolrijke voedingsmiddelen kan er ook een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed optreden, maar veel minder dan bij verzadigd vet het geval is. Hypercholesterolemie door overgewicht wordt veroorzaakt doordat bepaalde lichaamsprocessen veranderen. Mensen die onder groep A vallen kunnen hun leef- en eetgewoonten gemakkelijk veranderen om zo een verhoogd cholesterolgehalte te voorkomen. Gezond eten in combinatie met sporten doet wonderen. Om te weten hoe men gezond kan eten kan men De Richtlijnen Goede Voeding raadplegen (verkrijgbaar bij de huisarts).

Enkele voorbeelden zijn:

  • Veel groenten en vruchten
  • Magervlees (b.v. haaskarbonade, biefstuk, kalkoen)
  • Vis (alle soorten m.u.v. paling en garnalen)

 

 

Gezond eten

Sporten

naar boven

 

 

 

 

Groep B Hypercholesterolemie veroorzaakt door het lichaam

Mensen die onder groep B vallen kunnen hun eet- en leefgewoonten wel aanpassen, maar dat zal niet zoveel effect hebben op de verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed. Bij Familiare Hypercholesterolemie (FH) bijvoorbeeld hebben de patiënten een genetische afwijking, waardoor er veel meer LDL- dan HDL-cholesterol aanwezig is. Het maakt dus niet uit hoe weinig cholesterol je via je voedsel naar binnen krijgt, de cholesterol wordt gewoon niet afgevoerd. De lever zorgt immers voor het grootste deel van het cholesterolgehalte in ons bloed. De enige oplossing voor deze patiënten is het slikken van cholesterolverlagende middelen, willen ze op zeer jonge leeftijd geen hart- en vaatziekten oplopen.


Innemen cholesterolverlagende middelen

naar boven

 

 

 

 

Meting cholesterolgehalte

Het cholesterolgehalte wordt gemeten met een bloedonderzoek. Het is gebruikelijk twee tot drie bloedonderzoekingen te doen, omdat het cholesterolgehalte van nature sterk kan schommelen. Bij elk van deze onderzoekingen wordt op een ander factor gelet en tussen elk onderzoek dient een tijd van minimaal een week te zitten. Bij het eerste onderzoek wordt de totale cholesterolwaarde in het bloed gemeten. Het cholesterolgehalte wordt uitgedrukt in millimol per liter bloed. Voor de uitslag worden de normen van tabel 1 gehanteerd.

Bij een tweede en eventueel derde onderzoek wordt het HDL- en triglyceridegehalte bepaald (triglyceride is een bepaald soort vet). Hoe lager het HDL-gehalte, hoe groter de kans op hypercholesterolemie. Een HDL-gehalte tussen 0,9 en 2,0 mmol/liter en een triglyceride-gehalte lager dan 2,2 wordt als goed beschouwd.

In normale omstandigheden worden de tweede en derde onderzoeken alleen gedaan als het cholesterolgehalte in het eerste onderzoek 6,5 of hoger is. Een apart geval vormt de situatie bij familiaire hypercholesterolemie. Hierbij kan het cholesterolgehalte lager dan 6,5 zijn en er toch een gevaar voor hart- en vaatziekten bestaan. Het probleem bij FH-patiënten is dat het HDL-gehalte veel lager dan 0,9 is. Als er reden bestaat te geloven dat er sprake is van familiaire hypercholesterolemie is het erg belangrijk dit aan de huisarts te vermelden. Eventueel aandringen op een tweede onderzoek is ten zeerste aangeraden.

cholesterolgehalte in mmol/ liter

 Omschrijving

 Advies

Lager dan 5,0

 Normaal

Richtlijnen Goede Voeding

5,0-6,4

 

 Licht verhoogd

 

Richtlijnen Goede Voeding

6,5-7,9

 

 Verhoogd

 

Dieet, eventueel medicijnen

Hoger dan 8,0

 

 Sterk verhoogd

 

Dieet, zo nodig medicijnen en nader onderzoek naar oorzaken

Tabel 1

naar boven

 

 

 Slot

Over het algemeen wordt geadviseerd gezond te eten, aan sport te doen en eventueel cholesterolverlagende middelen te gebruiken. Alleen zo kunnen we hypercholesterolemie de baas zijn. Hart- en vaatziekten zijn immers doodsoorzaak nummer 1 in welvaart landen. Goede voeding en sporten zijn daarbij ook belangrijk bij het voorkomen van tal van andere ziekten.

 

Bron: www.hartstichting.nl

naar boven

 

 

 

 

Docentenhandleiding

Bovenstaande tekst is bedoeld voor leerlingen van de bovenbouw. De leerlingen moeten weten wat eiwitten zijn en moeten kunnen begrijpen hoe eiwitten de cholesterolmoleculen kunnen vervoeren. Ze moeten ook weten wat cholesterol is. De begrippen hydrofiel en hydrofoob worden bekend verondersteld bij het bespreken van vraag 2.

 

naar boven

 

 

 

 

Vragen over de tekst 

  1. Wat verstaat men onder hypercholesterolemie?
  2. Waarom lost cholesterol niet op in het bloed?
  3. Wat versta je onder gezond eten?
  4. Noem de gevolgen van hypercholesterolemie?
  5. Bestaat de kans dat jij aan hypercholesterolemie lijdt? Verklaar je antwoordt.  

naar boven

 

 

 

 

Opdracht     

  1. Bespreek in ongeveer 10 minuten je antwoorden met je buurman/ vrouw.
  2. Bespreek onduidelijkheden met de docent.

 naar boven

 

 

 

 

Antwoorden op vragen     

  1. Onder hypercholesterolemie verstaat met de aanwezigheid van een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed.
  2. Bloed is hydrofiel(waterig) ten opzichte van de hydrofobe cholesterol (vetachtig).
  3. Onder gezond eten wordt b.v. verstaan het eten van:
    1. veel groenten en vruchten
      mager vlees
      vis
      zo min mogelijk verzadigde vetten en cholesterolrijke voedingsmiddelen
         
  4. Het gevolg van hypercholesterolemie is dat op den duur dichtslibben van slagaders.
  5. Je zou zelf aan hypercholesterolemie kunnen lijden als je b.v. ongezond en vetrijk eet, er in je familie erfelijke hypercholesterolemie voorkomt, je een traag werkende schildklier hebt enz.

 naar boven

 

 

 

 

Vragen en antwoorden voor een volgende keer     

Leg de functie uit van LDL- en HDL-eiwitten? LDL-eiwitten vervoeren cholesterol van de lever naar de rest van het lichaam en HDL-eiwitten vervoeren de overtollige cholesterol terug naar de lever.  

In welke twee grote groepen kun je de oorzaken van hypercholesterolemie verdelen? De twee grote groepen zijn:

  • A hypercholesterolemie veroorzaakt door de patiënt zelf
  • B hypercholesterolemie veroorzaakt door het lichaam.

  naar boven