|
In onze westerse samenleving is het hebben van seks met meerdere partners tegelijk niet echt geaccepteerd. De meeste mensen geven hier de voorkeur aan een seksuele relatie met slechts één partner tegelijk. Dit wordt ook wel een monogame relatie genoemd. Dit is echter niet zo normaal als je misschien zal denken. Het merendeel van alle samenlevingen in de wereld is polygaam. Zo is binnen 85% van alle Afrikaanse samenlevingen een seksuele relatie tussen één man en meerdere vrouwen een veel voorkomend verschijnsel. Antropologisch onderzoek wijst uit dat slechts 16% van alle verschillende samenlevingen over heel de wereld überhaupt monogame relaties kent. (Zie figuur 1a en 1b in de bijlage). |
|
Als we vervolgens naar andere zoogdiersoorten kijken, blijkt de monogamie slechts bij 3 % van al deze soorten voor te komen. De monogamie is een bijzondere en intrigerende gedragsvorm waar veel onderzoek naar verricht is. Tijdens dit onderzoek is er zo'n 2 jaar geleden een spectaculaire theorie ontwikkeld over de fysiologische verklaring van de monogamie. Een aantal onderzoekers beweren dat monogaam gedrag veroorzaakt kan worden door hormonen. Zij veronderstellen dat hormonen een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij het "trouw blijven" aan een vriend of vriendin.
|
Fig. 3: Prairie woelmuis, (Microtus orchogaster) |
Dit idee is ontstaan naar aanleiding van een onderzoek naar een klein zoogdier, het prairie woelmuisje. Dit diertje bleek tijdens de seksuele voortplanting zeer opvallende gedragspatronen te vertonen. Het diertje bleek in staat maar liefst 30 tot 40 uur achter elkaar te paren. Na deze paring vond er, in tegenstelling tot andere nauw verwante knaagdiersoorten, een plotselinge gedragsverandering plaats. Het mannetje en het vrouwtje vormden een hechte band en werden uiterst agressief tegen vreemdelingen. (Typisch monogaam gedrag). De onderzoekers vermoedden dat de seks een belangrijke rol speelde in het ontstaan van dit monogame gedrag. Ze konden echter maar een manier bedenken waarop seks zo'n snelle gedragsverandering zou kunnen veroorzaken. Hormonen zouden een rol moeten spelen in het proces. Ze toetsten daarom de hypothese dat hormonale ontwikkelingen aangespoord door seks verantwoordelijk moesten zijn voor de abrupte verandering in het gedrag. |
Vraag 1:
Wat zijn er voor een fysiologische manieren waarop het lichaam gebeurtenissen van buitenaf om kan zetten in een bepaald gedrag?
Hoe kan seks resulteren in agressie tegen "vreemdelingen"?
Vraag 2:
Kun je buiten de tekst om nog andere manieren bedenken waarop een lichaam dit zou kunnen doen. Hoe wordt bijvoorbeeld het slag op je knie omgezet in de reactie waarbij je been omhoog vliegt?
|
De hypothese op de vorige bladzijde bleek te kloppen, ze vonden twee hormonen die verantwoordelijk zijn voor monogaam gedrag. Deze twee hormonen heten vasopressine en oxytocine. Ze worden beide uitgescheiden door de hypofyse. (Zie figuur 4). Vasopressine staat bekend om zijn rol in de regulatie van de menselijke waterhuishouding. Oxytocine staat bij de mens bekend om de stimulatie van baarmoederspier contracties tijdens de bevalling en om de stimulatie van melkproductie na de geboorte. Beide hormonen, om precies te zijn de hormoon receptoren, bleken verantwoordelijk voor de ontwikkeling van monogame eigenschappen zoals: specifieke partner voorkeur, agressie tussen mannetjes en ouderlijke zorg van beide ouders. |
Fig. 4:De ligging van een aantal hormoonklieren bij de mens |
Gedurende het onderzoek naar de prairie woelmuis werd er nog een andere opmerkelijke ontdekking gedaan. Het bloed van de prairie woelmuis bevat net zoals het bloed van andere monogame diersoorten, (zoals het zijdeaapje), een ongewoon hoog gehalte aan glucocorticoïden hormonen. Deze hormonen, die worden uitgescheiden door de bijnieren, komen normaal gesproken alleen vrij als gevolg van stress. Bij de prairie woelmuis zijn deze hormonen continu in een hoge concentratie in het bloed aanwezig.. Uit de resultaten van een reeks gedragsexperimenten is gebleken dat ook deze hormonen partner voorkeur en ouderlijke zorg beïnvloeden. De precieze relatie tussen de drie hormonen oxytocine, vasopressine en de glucocorticoïden wordt op dit moment nog onderzocht.
Vraag 3:
Welke gedragspatronen kunnen door Vasopressine en Oxytocine veroorzaakt worden?
Vraag 4:
Welke hormonen veroorzaken nog meer deze monogame gedragspatronen?
|
Natuurlijk moet je voorzichtig zijn met het maken van vergelijkingen tussen het hormoonstelsel van de prairie woelmuis en het menselijk hormoonstelsel. Het zijn immers 2 totaal verschillende soorten. Maar toch is het goed om even bij dit onderzoek stil te staan . Vooral omdat we nog zo weinig weten over het menselijk hormoon stelsel. Stel je voor dat deze hormonen het menselijk gedrag wel degelijk op net zo'n wijze zouden beïnvloeden als dat ze met de woelmuis doen. Is dit dan het begin van hormoon gereguleerde huwelijken en werkende liefdesdrankjes? En als we het wat minder absurd stellen, wat zou dan het effect zijn van de huidige medische behandelingen met deze hormonen? |
|
Oxytocine wordt bijvoorbeeld als medicijn gebruikt voor het stimuleren de weeën bij de bevalling. Vasopressine wordt voorgeschreven als middel tegen bedwateren bij kinderen. En wat zou het effect kunnen zijn van andere niet medische ingrijpen die indirect toch de hormoonspiegel beïnvloeden? Zoals een bevalling met behulp van de keizersnede of flesvoeding? Dit kan ook de totale hoeveelheid oxytocine beïnvloeden die de moeder of het kind ontvangt. Heeft dit gevolgen voor de verhouding tussen moeder en kind? Men is er in eerste instantie van uitgegaan dat oxytocine en vasopressine buiten de hersenen om werken, op weefsels zoals de baarmoeder, de borsten en de nieren. Daarom is er weinig aandacht geschonken aan de mogelijke gedragsconsequenties van veranderingen van de hormoonspiegel. Dankzij dit dieronderzoek weten we nu dat oxytocine en vasopressine ook actief zijn in het centrale zenuwstelsel. Maar de wetenschappelijke wereld zal wel meer aandacht moeten gaan besteden aan de potentiële effecten van deze maar ook andere hormonen op het menselijk gedrag.
Vraag 5:
Stel je voor dat het hormoonstelsel van de mens precies hetzelfde zou werken als dat van de prairie woelmuis. Wat zou dit onderzoek dan voor een consequenties hebben voor de mens?
Dit onderzoek laat zien dat een hormoon in staat is indrukwekkende en veelomvattende reacties te veroorzaken. Maar ook laat het zien dat wij nog maar heel weinig van hormonen af weten. Het is daarom aan te raden voorzichtig te zijn met medicinaal of experimenteel hormonaal gebruik. Advertenties in de krant bieden vaak grote sommen geld voor experimenteel onderzoek.
Fig.5. Een advertentie voor experimenteel onderzoek. Dit is een onderzoek waarmee je als proefpersoon veel geld kan verdienen. Het gaat hier echter om een hormonaal onderzoek dus heeft grote risico's.
De hoogste geldprijzen betreffen vaak hormonaal onderzoek, deze zijn dan ook het gevaarlijkst voor je gezondheid. Juist omdat hormonen zo'n grote invloed op je lichaam kunnen hebben is het sterk af te raden te rotzooien met je eigen hormoonspiegel, mits je denkt dat er genoeg onderzoek gedaan is naar de bijeffecten.
Vraag 6:
Waarom kan het gevaarlijk zijn als je je eigen hormoonspiegel verandert?
|
Van verscheidene hormonale medicijnen is goed bekend wat de bijeffecten zijn. Vooral de anticonceptiepil is uitgebreid onderzocht. De bijeffecten kunnen variëren van misselijkheid tot bruinachtige vlekken op je lichaam tot stemmingsveranderingen tot problemen met contactlenzen enzovoort.(Zie figuur 6). Hoewel we in dit geval wel weten waar de hormonen van de pil toe in staat is, blijft de manier waarop de hormonen hun werk doen een raadsel. Het blijft een mysterie hoe één eiwit, (een hormoon) zoveel verschillend geaarde reacties kan veroorzaken.
Fig..6 Een onderdeel van de bijsluiter van de pil. De pil bevat kunstmatige hormonen die verwand zijn aan oestrogeen en progresteron. De bijeffecten zijn zeer verschillend van aard.
|
|
Vraag 7:
Is elk medicijn waar hormonen in verwerkt zitten gevaarlijk?
Maak een korte samenvatting van de bovenstaande tekst. Als je wilt kun je er je eigen mening over het onderzoek in een extra alinea aan toevoegen.
Fig. 1a Dit is een tabel met o.a. percentages van het totaal aantal samelevingen met een bepaalde huwelijksvorm. Deze percentages worden ook voor 6 grote etnografische gebieden apart weer gegeven.
Monogamie betekent een seksuele partner tegelijk.
Polygyny betekent een man heeft meerdere vrouwelijke seksuele
partners.
Polyandrisch betekent een vrouw heeft meerdere mannelijke
seksuele partners.
In slechts 16 % van alle samenlevingen blijkt monogamie voor te komen.
Six Major Ethnographic Areas
A. Africa, exclusive of Madagascar and the northern and northeastern portions of the continent.
B. Circum-Mediterranean, including Europe, Turkey and the Caucasus, the Semitic Near East, and northern and northeastern Africa.
C. East Eurasia, excluding Gormosa, the Philippines, Indonesia, and the area assigned to the Circum-Mediterranean but including Madagascar and other islands in the Indian Ocean.
D. Insular Pacific, embracing all of Oceania as well as areas like Australia, Indonesia, Formosa, and the Philippines that are not always included therewith.
E. North America, including the indigenous societies of this continent as far south as the Isthmus of Tehuantepec.
F. South America, including the Antilles, Yucatan and Central America as well as the continent itself.
Dit is een tekst geschreven voor leerlingen uit 5 VWO of 6VWO. Het is in principe geschikt om er tezamen met een klassikale les een blokuur mee te vullen. Het zou een aanvullende les kunnen zijn op de behandeling van het Hormoonstelsel. De tekst legt de nadruk op de complexe en veelomvattende werking van hormonen. De tekst maakt duidelijk dat de precieze werking van veel hormonen nog een mysterie is en waarschuwt leerlingen voor acties die hun hormoonspiegel zou kunnen veranderen.
Tijdens een klassikale les zou de leraar vragen kunnen stellen als:
Wat is jullie mening over polygamie?
Wat zouden de resultaten van het onderzoek voor een gevolgen kunnen hebben voor de mens?
Kent iemand de bijeffecten van de anticonceptie pil?
Weet iemand welke hormonen er in de pil nagebootst worden?
Heeft iemand enig idee hoe twee eiwitten, (twee hormonen), zoveel verschillende soorten reacties zouden kunnen veroorzaken?
enzovoort
Hier volgt nu nog wat extra informatie over de experimenten uit het woelmuizen onderzoek. Ik sluit af met referenties.
De experimenten zijn in grote lijnen als volgt uitgevoerd. De muizen krijgen de hormonen oxytocine of vasopressine of glucocorticoïden toegediend. Vervolgens worden ze 24 uur bij een niet receptieve muis van een andere sexe gezet. Er vindt in deze periode geen paring of aanraking plaats. Vervolgens moeten de muizen gedurende 3 uur kiezen tussen het verblijf bij de "bekende" muis en het verblijf bij een "vreemde" muis. Dit gebeurd met behulp van een plexiglazen T- buis. Het resultaat van deze experimenten was dat de proefmuizen significant langer bij de "bekende' muis verbleven.
(Het glucocorticoïden gehalte werd ook d.m.v. het induceren van stress verhoogd. Het dier moest dan een tijdje in een bak met water zwemmen waar hij niet uit kon en waar de muis niet op de bodem kon staan).
Vervolgens krijgt een andere groep proefmuizen de antagonisten van al deze hormonen toegediend. De dieren worden vervolgens 24 uur bij een receptieve muis van een andere sexe gezet waarna in ieder geval één paring plaats vind. Vervolgens moeten ze weer gedurende 3 uur tussen 2 muizen kiezen zoals hierboven is beschreven. Het resultaat van deze experimenten was dat de proefmuizen niet significant langer bij een "bekende" muis dan bij een "vreemde" muis verbleven.
· Bourguignon E. & Greenbaum L.S. (1973) Diversity and Homogeneity in World Societies. U.S.A. HRAF Press
· Getz L.L. & Carter S.C. (1993) Monogamy and the Prairie Vole. Scientific American - June -
· Insel T.R. et al. (1993) A role for central vasopressin in pair bonding in monogamous prairie voles. Nature vol. 365. Pg 545-548
· Insel T.R. et al. (1996) Immunoreactivity of Central Vasopressin and Oxytocin Pathways in Microtine Rodents. A quantitative Comparative study. The journal of comparative neurology 366 :726-737
· Insel T.R. & Carter C.S. (1995) The Monogamous brain. Natural History 8. Pg 12- 14
· Insel T.R. & Shapiro L.E. (1990) Infant's Response to social Seperation Reflects Adult Differences in Affiliative Behaviour: A Comparative Developmental Study in Prairie and Montane Voles. Developmental Psychobiology 23 (5) pg 375-393
· de Vries A.C., de Vries M.B., Taymans S.E., Carter C.S. (1996) The effects of stress on social preferences are sexually dimorphic in prairie voles. Proc. Natl. Acad. Sci. USA vol 93 - pg 11980 - 11984
Dit was het dan, ik hoop dat het een leuke les wordt!!!