Begrippenlijst

Sporevorming: Om te overleven vormen sommige bacteriën een klein gekapselt lichaam met daarin hun genetisch materiaal die onder extreme omstandigheden kan overleven. Wanneer de omstandigheden weer goed zijn voor de bacterie vormt deze zich weer tot de oorspronkelijke lichaam.

Toxine: Een verbinding die een bacterie produceert om gastheercellen te beschadigen of te doden.

Endotoxine is een bestanddeel van de bacterie zelf die schadelijk is voor een cel.

Kweken: Men plaat een groei medium (vloeistof) uit op een voedingsplaat zoadat deze bacterie kolonies erop vormt. Vaak wordt deze plaat gebruikt om vast te stellen of er bacteriën aanwezig zijn op een plek. Men strijkt dan over deze plek en strijkt daarna over de plaat. Wanneer er na een nacht kolonies zijn gevormd op de plaat dan is er aanwezigheid van de bacterie.

Penicilline is een bestanddeel dat de penicillium schimmels maken om voor hun schadelijke bacteriën te doden. Hiervan heeft men de antibiotica afgeleid dei wordt gebruikt om schadelijke bacteriën te bestrijden. De antibiotica grijpt in de peptidoglycaanmantel van de bacterie zodat deze niet verder kan groeien of delen.

Insuline is een enzym dat verantwoordelijk is voor glucose opname van cellen. Mensen die lijden aan diabetes hebben dit enzym niet of te weinig. Zij moeten het dan tot zich nemen.

Een kweekplaat met bacterie kolonies.

DNA: Een groot molecuul dat in de cel aanwezig is en alle erfelijke informatie bevat.

SOA: Sexueel overdraagbare aandoeningen. De veroorzakers zijn micro-organismen als virussen en bacteriën. En macro-organismen als luizen en mijten.

Terug