
In de evolutiebiologie zijn een paar theorie‘n ontwikkeld over soortvorming. De bekendste is soortvorming door geografische scheiding. Populaties kunnen dan niet langer paren en evolueren uit elkaar. Toch geloven veel biologen dat geografische scheiding niet het enige mechanisme is dat soortvorming kan veroorzaken. Een ander model heet parapatrische soortvorming en komt er op neer dat een populatie niet geografisch gescheiden raakt maar dat aangrenzende populaties onder iets andere omstandigheden leven. Als individuen zich dus gaan specialiseren op een ecologische rol kan er soortvorming optreden. |
|
Een noodzakelijk ingredi‘nt is disruptieve selectie. Zie grafiek, kolom c. Disruptieve of storende selectie betekent dat 'gemiddelde' individuen, kruisingen, uitgeselecteerd worden. Zij hebben in dit geval als nadeel dat zij op twee mogelijke bestaansbronnen niet genoeg aangepast zijn om een grote overlevingskans te hebben. Zolang de individuen tot dezelfde soort behoren en niet geografisch gescheiden zijn blijft het uitwisselen van genetisch materiaal mogelijk. Alleen als disruptieve selectie sterk genoeg is kan soortvorming optreden. |
|


Deze link brengt je naar mogelijke antwoorden op de bovengestelde vragen. Het zijn uiteraard niet de enige goede antwoorden.