IJkvelden voor een vallende kat
Bernard Kaas, Boaz v.d. Plas, Vincent Stiekema, Michel Taal ##
Instituut voor Theoretische Fysica
Universiteit van Amsterdam
''D'autres ont supposé que, par des actes
brusques,
l'animal trouvait un appui sur la résistance de l'air.''
M. Marey, Comptes Rendus 1894
Wij beschrijven een model voor een vallende
kat1 dat blijkt te
corresponderen met een ijktheorie, analoog aan Maxwell's theorie
van het het electromagnetisme. Er bestaat een analogie
tussen de beweging van een vallende kat en die van een electrisch
geladen deeltje op een boloppervlak, waarbij zich in het centrum een
magnetische monopool bevindt. De theorie blijkt een aantal
kwalitatieve aspecten van de val van de kat goed te beschrijven, maar
voor een natuurgetrouwe beschrijving van de val is een uitbreiding van
het model noodzakelijk.
Het is een spreekwoordelijke vanzelfsprekendheid dat vallende katten
altijd op hun pootjes terecht komen. Dankzij het pionierswerk van een
Franse fotograaf rond 1900 [1] werd echter duidelijk welke
handelingen een kat achtereenvolgens, tijdens zijn val, dient te
verrichten om op zijn pootjes terecht te komen. Die fotoserie (maar ook
de hedendaagse versie ( figuur 1 )
liet niet alleen zien dat de
fotografie de wetenschappelijke waarneming aanzienlijk kon verrijken,
maar ontketende ook een discussie over dit markante verschijnsel
tussen fysici. Het gaat hierbij om de mechanica van
deformeerbare lichamen, dit in tegenstelling tot die van de
starre lichamen: zoals bakstenen, tollen e.d., waarmee de meeste
lezers vertrouwd zullen zijn. In algemene zin beschouwen we een
dynamisch systeem waarbij het centrale object zelf controle heeft over
een aantal parameters die de beweging beïnvloeden; daarmee hoort
het probleem ook thuis in de regeltheorie.
In ons model worden voor- en achterlichaam van de kat
gerepresenteerd door twee (starre) homogene cilinders, die
verbonden worden door een massaloze ruggengraat
(zie figuur 2 ). De
cilinders kunnen onafhankelijk om hun lengteas draaien en de
ruggegraat kan halverwege doorbuigen, zodat de cilinders zich
onafhankelijk kunnen oriënteren in de ruimte. Merk op dat
staart en poten niet als aparte vrijheidsgraden in het model zijn
opgenomen, d.w.z. ze zijn niet meer dan gemarkeerde punten op de
cilinders.
Alvorens de kinematica van dit model te bespreken, brengen we enige
basisbegrippen uit de mechanica van een star lichaam in de
herinnering. De rotationele beweging van een willekeurig star lichaam
wordt beschreven met behulp van een constante traagheidstensor,
die afhankelijk is van de (vaste) vorm van het lichaam. Deze tensor is
een
orthogonale matrix die door een orthogonale rotatie
in diagonaalvorm (op hoofdassen) kan worden gebracht. We
kunnen de beweging dus beschrijven als de beweging van de hoofdassen
in de tijd, anders gezegd door de rotatiematrix
.
De
configuratieruimte voor de rotatiebeweging van een star lichaam is
dus 3-dimensionaal en komt overeen met de ruimte van alle rotaties;
oftewel de rotatiegroep SO(3) die op handige wijze geparametriseerd
kan worden door de bekende Eulerhoeken 2.
Een vrij vallend star lichaam kan zijn oriëntatie in de ruimte
niet beïnvloeden, deze wordt door de beginvoorwaarden
vastgelegd omdat impulsmoment behouden is. Een modelkat die uit
een enkele cilinder bestaat komt daarom hoogst zelden op zijn
pootjes terecht en is dus ten dode opgeschreven. Ons deformeerbare
model heeft een variabele traagheidstensor die afhankelijk is van
de knik (d.w.z. de hoek )
in de ruggengraat. Doordat de
kat zelf door variatie van
z'n vorm op een gecontroleerde
wijze kan veranderen, kan hij op die manier zijn rotatiebeweging
beïnvloeden. Dit is analoog aan een ballerina die bij een
``pirouette'' sneller gaat draaien doordat ze haar armen intrekt,
en zo de afname van haar traagheidsmoment compenseert met een
toename van haar hoeksnelheid, zodat impulsmoment behouden blijft.
Een belangrijk voordeel van het in de figuur 2 aangegeven
coördinatenstelsel 3 is dat de totale traagheidstensor weer
een diagonale 3
3 matrix is.
De totale configuratieruimte van het model komt overeen met die
van twee onafhankelijke cylinders, d.w.z. een 6-dimensionale
ruimte die je kunt voorstellen als de produktgroep
die de oriëntatie van de voorste en achterste cilinder
beschrijven. We kunnen echter ook op een andere, meer
inzichtelijke, manier kijken naar de totale configuratieruimte,
waarbij we deze splitsen in een vormen- en een
oriëntatieruimte. De vormenruimte van de kat is ook weer
3-dimensionaal en wordt (zie figuur
2 )
geparametriseerd door de
twee hoeken
en
voor de draaiïng van de
cilinders om hun as en één, de hoek ,
voor de knik
van de ruggengraat. De drie resterende parameters leggen de
oriëntatie in de fysische ruimte van de gehele kat, met een
gegeven vorm, vast. Deze oriëntatieruimte is, net zoals die van
een star lichaam, isomorf is met de rotatiegroep. Kortom, we
hebben de totale configuratieruimte opgesplitst in een
driedimensionale controle- of vormenruimte, die de
vorm van de kat beschrijft en die de kat kan controleren, en een
driedimensionale oriëntatieruimte, die de
oriëntatie van de kat in de ruimte beschrijft.
Als we de configuratieruimte op
deze manier opsplitsen, krijgt deze de structuur van een
vezelbundel waarbij één vezel bestaat uit alle mogelijke
oriëntaties die bij één vorm horen (zie figuur 3 ).
Men kan zich nu voorstellen dat een gesloten pad in de
vormenruimte, wat betekent dat de kat uiteindelijk in zijn
oorspronkelijke vorm terugkeert, samen kan gaan met een open pad in de
configuratieruimte waarbij begin- en eindpunt verschillende punten op
dezelfde vezel zijn. Dit houdt in dat de kat een netto rotatie (welke
beschreven wordt door de
hoek
die gedefinieerd is als
)
ondergaan heeft, die idealiter gelijk is aan 180 graden. De kat begint
dan met gestrekte rug en z'n pootjes omhoog en eindigt met gestrekte
rug en z'n pootjes naar de grond.
Net zoals voor een star lichaam de Hamiltoniaan een natuurlijke en
eenvoudige vorm aanneemt als we gebruik maken van de meetkundige
eigenschappen van de rotatiegroep (d.w.z. het gebruik van
Eulerhoeken) en de diagonaalvorm van de traagheidstensor, geldt
iets soortgelijks voor onze vallende kat. We kunnen, na de
conditie van impulsmomentbehoud opgelegd te hebben, een
natuurlijke Hamiltoniaan voor ons model opstellen, die in feite de
beweging beschrijft van een niet-abelse lading op een
3-dimensionale bol in een extern Yang Mills veld. Wanneer we dan
ook nog de beperking opleggen dat de kat zijn rug niet mag
torderen. d.w.z. dat de cilinders in ons model niet tegen elkaar
in mogen draaien, leidt dat tot een verdere vereenvoudiging. De
resulterende Hamiltoniaan (zie Appendix, formule 1), heeft dezelfde
vorm als die van een geladen deeltje dat op een (gedeformeerd)
2-dimensionaal boloppervlak beweegt, in een extern magnetisch veld
gegeven door de vectorpotentiaal
(zie Appendix, formule 2).
Voor ons model van de kat blijkt
gegeven door
vergelijking (3), corresponderend met een niet isotroop,
``radieel'' magnetisch veld. De vorm van de potentiaal laat zien
dat het achtergrond ijkveld bij dit soort problemen niet
noodzakelijkerwijs aan de Maxwell (c.q. de Yang Mills)
vergelijkingen hoeft te voldoen, deze vergelijkingen maken niet
deel uit van het systeem. Het feit dat dit model een beschrijving
heeft waarin ijkvelden een belangrijke rol spelen, is een direct
gevolg van de vezelbundelstructuur van de configuratie ruimte, die
daarvoor de geëigende meetkundige voorstelling is.
Dankzij deze analogie kunnen de bewegingen van de kat geanalyseerd
worden als waren het banen van een geladen deeltje op een
bolschil. De eenvoudigste baan op de bol bijvoorbeeld is een
geodeet (een cirkel met een maximale omtrek). Deze baan (zie
figuur 4 ) kan vertaald worden naar een beweging van de kat. Als we
dit geval uitwerken, komen we tot een valbeweging van de kat zoals
weergegeven in figuur 5 .
De kat begint gestrekt met zijn buik naar
boven gericht. Hij vouwt zich vervolgens dubbel en draait zijn
boven en onderlichaam 180 graden in dezelfde richting, zodat het
impulsmoment inderdaad behouden blijft. Vervolgens vouwt hij weer
uit en komt hij met zijn pootjes op de grond terecht.
Ingewikkeldere, natuurlijkere oplossingen kunnen numeriek
verkregen worden.
Interessant is dat uit het model een generiek (kinematisch) resultaat
volgt voor de netto rotatie die de kat heeft uitgevoerd wanneer hij
een gesloten pad in de vormenruimte heeft afgelegd. Deze hoek is
gelijk aan het produkt van de lading en de totaal door het gesloten
pad omvatte magnetische flux. De eis dat onder de opgelegde condities
de kat dus op zijn pootjes terecht komt, leidt tot een
quantisatieconditie (zie Appendix, formule 5), die doet denken aan de
fluxquantisatie in een type II supergeleider. Een andere analogie die
zich opdringt is dat in dit klassieke systeem de rotatiehoek gelijk is
aan de Aharonov-Bohm faseverschuiving die bij het gelijknamige
quantummechanische effect optreedt.
Tot zover deze theoretisch beschrijving van de heroriëntatie van
een deformeerbaar lichaam in de ruimte. De oplossingen geven een
mogelijke strategie voor een kat om zich om te draaien tijdens
zijn val. Wanneer wij nu, als rechtgeaarde empiristen, de val van
een echte kat ( figuur 1 )
bestuderen, blijkt dat ons model tekort
schiet. Het blijkt dat de kat intensief gebruik maakt van zijn
staart, en ook een lichte ``twist'' uitvoert. Deze bevindingen
vragen om een uitbreiding van ons model, hoewel we op grond van
het model wel verwachten dat een echte kat zonder staart ook op
zijn pootjes terecht zal komen. Ook verwachten we dat voor een
uitgebreid model de vezelstructuur van de configuratieruimte, en
daarmee de analogie met een ijktheorie, zal blijven bestaan. Er
moeten dus nog de nodige katten uit boom gekeken worden...
De Hamiltoniaan van het model na invoering van alle restricties:
 |
|
|
(1) |
Hierbij zijn I1 en I3 de traagheidsmomenten van de gehele kat om
de assen in de vormenruimte, deze hangen zelf ook weer van
af en van de componenten van de traagheids tensor van de
cilinders, dit laatste geldt ook voor de parameter .
Algemene Hamiltoniaan voor een deeltje met lading q in een extern ijkveld
is:
![\begin{displaymath}\mathcal{H} = \frac{1}{2} \sum_i [p_i + qA_i]^2.
\end{displaymath}](img14.gif) |
(2) |
De enige component van de vectorpotentiaal ongelijk aan nul is:
 |
(3) |
Deze geeft dus een theta afhankelijke verdeling van een radiële
magnetische flux.
Formule voor het product
van lading en flux omvat door de
baan op de bolschil:
 |
(4) |
Merk op dat het resultaat invariant is onder de ijktransformaties:
 |
(5) |
De auteurs zijn
natuurkundestudenten aan de Universiteit van
Amsterdam; het hier
beschreven werk was een keuze-project dat
uitgevoerd werd aan het
eind van het tweede studiejaar o.l.v. Prof. F.A. Bais en
Prof. A.M.M. Pruisken. Een
uitgebreide beschrijving (met aanzienlijk
meer formules) is te vinden
op het web [4]. Wij willen hier Prof. Bais bedanken
voor zijn stimulerende hulp bij de vervaardiging van dit artikel.
- 1
- M. Marey, Comptes Rendus des séances de l'Académie
des Sciences, Paris, 1894
- 2
- A. Shapere & F. Wilczek, Gauge Kinematics of Deformable
Bodies, Am.J.Phys. 57, 514-518, 1989
- 3
- R. Montgomery, Gauge Theory of the Falling Cat, Field
Institute Communications 1,75 -111, 1993
- 4
- Een gedetailleerde beschrijving voorzien van de wiskundige
details is te vinden in het projectverslag, te vinden op http://www.science.uva.nl/~bais/
- ...
kat1
- Eerder bestudeerd in referentie [3] volgend op de
suggestie van Shapere en Wilczek [2].
- ... Eulerhoeken2
- Deze ruimte komt
overeen met een 3-dimensionaal boloppervlak, waarbij tegenoverliggende
punten geïdentificeerd zijn.
- ...ördinatenstelsel 3
- Ook wel het coördinatenstelsel
van Kane en Scher genoemd.
|